In afwijking van artikel 9. eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via de telefoon inloggen op de centrale computer.
In afwijking van artikel 9. eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b worden betaald binnen een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.
In afwijking van artikel 234, negende lid van de Gemeentewet moet de naheffingsaanslag worden betaald binnen twee weken na de dagtekening van het duplicaat van de naheffingsaanslag.
Artikel 8
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2018