Bij de eerste aanvraag van een vergunning voor vergunninghouderplaatsen en parkeerapparatuurplaatsen geldt dat deze wordt verleend vanaf de eerste van de maand waarin deze vergunning wordt aangevraagd tot en met 31 december van dat jaar. Daarna kunnen de vergunningen worden verlengd voor de duur van één kalenderjaar.
In afwijking van het gestelde in lid 1 worden tijdelijke vergunningen (zoals beschreven in artikel 3 lid 3f) verleend voor de periode van één week of één maand met de mogelijkheid van verlenging voor eenzelfde periode.
Een vergunning wordt verleend tegen de tarieven zoals vastgesteld in de tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelasting 2018.
Een vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:
de periode waarvoor de vergunning geldt;
het gebied waarvoor de vergunning geldt;
de (bedrijfs)naam van de vergunninghouder of het kenteken of overige kenmerken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.
Een vergunning voor een lease- of bedrijfsauto wordt alleen verleend als een berijdersverklaring van een officiële leasemaatschappij of van het bedrijf kan worden overlegd.
Bij verlies of diefstal van een vergunning binnen de termijn van de vergunning kan op een daartoe strekkend verzoek tegen betaling een nieuwe vergunning worden verleend, mits een proces -verbaal van de politie wordt overlegd, waaruit blijkt dat er sprake is van verlies of diefstal.
Ingeval van tussentijdse mutaties dient bij de aanvraag van de vergunning de oude vergunning te worden ingeleverd. Als hieraan niet wordt voldaan zal de aanvraag als nieuwe aanvraag worden behandeld.