Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:
op aanvraag van de vergunninghouder;
wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de vergunning is verleend of wanneer de vergunninghouder anderszins niet meer aan de voorwaarden voor de vergunning voldoet;
wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;
wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen of anders wordt ingericht;
wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;
wanneer de vergunninghouder zijn vergunning vervalst of ter vervalsing heeft aangeboden;
om redenen van openbaar belang.
De vergunninghouder is verplicht wijzigingen in één van de omstandigheden die relevant waren v oor het verlenen van een vergunning binnen een maand nadat de wijziging zich heeft voorgedaan te melden aan het college.