Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 13.

Verklaring omtrent gedrag

Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Emmen 2017

Indien de subsidieontvanger activiteiten ontplooit, waarbij minderjarigen of wilsonbekwame personen zijn betrokken, dient de subsidieontvanger te beschikken over vastgesteld beleid, waarin is vastgelegd dat: personeelsleden, vrijwilligers en anderen die uit hoofde van hun functie in contact komen met deze minderjarigen of wilsonbekwame personen een verklaring van gedrag dienen te overleggen, welke verklaring geen beletsel mag vormen voor het functioneren binnen het kader van de aanvraag; of voorkomen wordt dat zich kwetsbare situaties zonder toezicht van derden voordoen. Indien voor de personeelsleden, vrijwilligers en anderen die uit hoofde van hun functie in contact komen met minderjarigen of wilsonbekwame personen reeds op basis van een ander wettelijk voorschrift de verplichting tot het overleggen van een verklaring omtrent het gedrag bestaat, is het bepaalde in het eerste lid niet van toepassing. Wanneer de subsidieontvanger voor het eerst subsidie aanvraagt, overlegt hij bij zijn aanvraag tevens de bewijsstukken, waaruit blijkt dat hij voldoet aan het bepaalde in de voorgaande leden. Wanneer de subsidieontvanger gedurende de subsidierelatie activiteiten gaat ontplooien, waarbij minderjarigen of wilsonbekwame personen zijn betrokken, overlegt hij voornoemde bewijsstukken bij zijn eerstvolgende subsidieaanvraag. Een vrijwilligersorganisatie dient als subsidieontvanger, naast het in het eerste lid genoemde beleid, de registratielijst van de “stichting tuchtrecht vrijwilligerswerk” bij te houden en te hanteren. Bij het ontbreken van een tuchtprocedure binnen de vereniging of organisatie is het gebruik van de tuchtprocedure van de “stichting tuchtrecht vrijwilligerswerk” verplicht.

Rechtspraak bij dit artikel