Naar hoofdinhoud
1. Als de medewerker het niet eens is met het voornemen tot plaatsing of bovenformatieve plaatsing, kan hij binnen twee weken na de dag van verzending van dat besluit, schriftelijk en gemotiveerd, zijn zienswijze kenbaar maken. 2. De werkgever legt de zienswijzen voor advies voor aan de plaatsingscommissie. 3. De plaatsingscommissie hoort de betrokken medewerker zo spoedig mogelijk na ontvangst van de zienswijze, tenzij de medewerker schriftelijk heeft verklaard dat niet te willen. De medewerker kan zich bij het horen laten bijstaan door een adviseur. 4. Binnen vier weken na het indienen van de zienswijze, brengt de plaatsingscommissie aan de werkgever schriftelijk en gemotiveerd advies uit over de zienswijze. 5. De werkgever neemt binnen zes weken na ontvangst van de zienswijze een besluit hierover en deelt dit besluit aan de medewerker schriftelijk en gemotiveerd mee. Hierbij wordt tevens een afschrift van het advies van de plaatsingscommissie gevoegd.

Rechtspraak bij dit artikel