Op grond van de Awb (artikel 4:47, onderdeel a van de Awb) kan het college een subsidie (dus ook de tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang) ambtshalve vaststellen. Dit betekent dat het college op eigen initiatief de tegemoetkoming vaststelt. De aanvrager hoeft dan niet een verzoek tot het vaststellen van de tegemoetkoming bij het college in te dienen.
De ouders zijn wel verplicht om binnen vier weken na afloop van de periode waarvoor de tegemoetkoming is verleend aan het college een overzicht van de feitelijke kosten van kinderopvang over deze periode te verstrekken. Als een tegemoetkoming voor een kalenderjaar is verleend, dan moet het overzicht van de kosten uiterlijk vier weken na 31 december bij het college worden ingediend. Het overzicht van de kosten kan zowel een apert jaaroverzicht zijn dat door het kindercentrum of het gastouderbureau wordt opgesteld of een verzameling van maandoverzichten. Het college heeft vervolgens acht weken de tijd om de tegemoetkoming vast te stellen. In deze periode kan de gemeente een onderzoek doen naar de rechtmatigheid van de tegemoetkoming door gegevens van de ouders te controleren en eventueel inlichtingen bij de houders van een kindercentrum of gastouderbureau op te vragen.
In het besluit tot het vaststellen van de tegemoetkoming wordt bepaald wat precies het bedrag is waar de ouder die de tegemoetkoming heeft aangevraagd recht op heeft. De tegemoetkoming wordt vastgesteld op basis van het aantal uren kinderopvang die bij de toekenning (en eventuele tussentijdse wijzigingen) is vastgelegd.
Als de aanvrager niet de juiste gegevens verstrekt, dan kan het college de tegemoetkoming op een lager bedrag vaststellen. Lager vaststellen kan ook betekenen op nul vaststellen.
Het college heeft deze bevoegdheid op grond van de Awb (artikel 4:46, tweede en derde lid van de Awb). De subsidie kan lager worden vastgesteld wanneer:
de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden;
de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;
de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.
Artikel 4.1.
Het besluit tot vaststelling van de tegemoetkoming
Onderdeel van VERORDENING tegemoetkoming kinderopvang