Naar hoofdinhoud

Artikel 5.2.

Bestuurlijke boete

Onderdeel van VERORDENING tegemoetkoming kinderopvang

In aanvulling op artikel 5.1 is het mogelijk om een bestuurlijke boete aan de betreffende ouder op te leggen. In de verordening is vastgelegd hoe de hoogte van de bestuurlijke boete tot stand komt. Het maximumbedrag staat in de wet (artikel 72, lid 1, onder c van de wet). Wanneer elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, wordt geen bestuurlijke boete opgelegd. In de wet is geregeld in welke gevallen het college geen bestuurlijke boete mag opleggen (artikel 73 en 74 van de wet). Dit is het geval in de volgende situaties: de overtreder is overleden; de overtreder is wegens dezelfde gedraging reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd of er is hem een kennisgeving gedaan dat een bestuurlijke boete zal worden opgelegd. In deze situaties kan het college aangifte doen bij het Openbaar Ministerie; er is vijf jaar verstreken nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel