Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 6

Ondertekeningsbevoegdheid

Onderdeel van ALGEMEEN MANDAATBESLUIT 2018

1.. Daar waar door de burgemeester of het college een bevoegdheid wordt opgedragen, wordt door de burgemeester of het college tevens de bijbehorende bevoegdheid tot ondertekening opgedragen. 2.. In de desbetreffende ondertekening dient de mandaatverhouding tot uiting te worden gebracht. 3.. Lid 2 is onverkort van toepassing in situaties waarin door een plaatsvervanger of waarnemer wordt ondertekend. Het eerste lid koppelt de bevoegdheid om een besluit te nemen of te besluiten een overeenkomst aan te gaan aan de bevoegdheid om dit besluit of deze overeenkomst te ondertekenen. Dit geldt ook voor privaatrechtelijke overeenkomsten, waar de besluit- en tekeningsbevoegdheid bij verschillende organen ligt (besluiten doet het college op grond van artikel 160 lid 1 onder e Gemeentewet, de burgemeester ondertekent namens de rechtspersoon gemeente op grond van artikel 171 Gemeentewet). Beoogd wordt dit onderwerp helder te regelen, zonder dat er ingewikkelde ondertekeningsconstructies in contracten en brieven hoeven te worden geformuleerd. Op grond van het tweede lid kan dus volstaan worden met het aangeven van de ondertekeningsbevoegde (burgemeester namens de gemeente of het college) en degene die op basis van mandaat het besluit heeft genomen en ondertekent (de concerndirecteur). Bij privaatrecht moet het zijn 'de gemeente Groningen, de burgemeester, namens hem, de concerndirecteur'. Bij publiekrecht blijft het: de burgemeester en wethouders, namens hen, de concerndirecteur'. Onder het tweede lid moet ook begrepen worden de situatie waarin er een waarneming of plaatsvervanging optreedt. De ondertekening kan dan gepaard gaan met de afkortingen loco (bij burgemeester of secretaris), plv. of wnd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel