Voor de toepassing van dit reglement wordt met de hiernavolgende begrippen bedoeld:
• medewerker :
de medewerker wiens werk wordt beoordeeld;
• medewerkerbeoordeling:
het oordeel over de manier, waarop de medewerker zijn functie heeft vervuld, tegen de achtergrond van de (generieke) functie, die de medewerker in het beoordelingstijdvak vervult; het competentieprofiel dat bij de functie hoort en de resultaatgerichte afspraken die zijn gemaakt in het beoordelingsgesprek.
• Beoordelingsgesprek:
Gesprek tussen de beoordelaar en medewerker waarin de beoordeling wordt besproken.
• functioneringsgesprek:
het gesprek halverwege het jaar, waarin de gemaakte afspraken geëvalueerd en zo nodig bijgesteld worden.
• resultaatgerichte afspraken
afspraken gemaakt tijdens het beoordelingsgesprek over competenties, werkzaamheden en persoonlijke ontwikkeling.
• beoordelaar :
de direct leidinggevende van de medewerker, of diens vervanger
• beoordelingsadviseur :
De P&O adviseur van de eenheid waar de medewerker werkzaam is.
• het College:
Het College van Burgemeester en Wethouders