Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Beoordelingsformulier

Onderdeel van Beoordelingsreglement

Lid 1 Voor het opmaken van de medewerkerbeoordeling wordt gebruik gemaakt van een bij dit reglement behorend beoordelingsformulier. Het beoordelingsformulier wordt door de direct leidinggevende opgesteld aan de hand van de HR 21 functies en de daarbij behorende competenties. Het beoordelingsformulier wordt voor het beoordelingsgesprek in concept aan de beoordelingsadviseur ter toetsing voorgelegd. Lid 2 Als de beoordelingsadviseur van mening is dat de medewerkerbeoordeling niet of onvoldoende gegrond is, maakt hij daarvan, onder opgave van redenen, melding op het beoordelingsformulier. De beoordelingsadviseur stelt de beoordelaar hiervan schriftelijk in kennis. Lid 3 De beoordeling vindt plaats aan de hand van de resultaatgerichte afspraken die gemaakt zijn in het voorgaande beoordelingsgesprek. Deze afspraken worden vastgelegd in het beoordelingsformulier en eventuele jaarplannen en zonodig bijgesteld in het voorgaande functioneringsgesprek. Daarnaast zal de medewerker worden beoordeeld aan de hand van de voor zijn functie geldende competenties.

Rechtspraak bij dit artikel