Wat het vervoer betreft, moet in eerste instantie afgewogen worden of de persoon in kwestie nog met het openbaar vervoer kan reizen, al dan niet onder begeleiding met gebruik van een OV begeleiderskaart. Daarna wordt er gekeken of een al in het bezit zijnde eigen auto op een veilige manier voor het vervoer ingezet kan worden of dat familieleden, vrienden of vrijwilligers een oplossing in het vervoersprobleem kunnen bieden. Voor het vervoer over een korte afstand van maximaal 5 kilometer wordt ook gekeken naar het gebruik van een (brom)fiets.
Hoofdstuk 9. › Paragraaf 9.1
Artikel 9.1.1
Mogelijkheid voorliggende voorzieningen
Onderdeel van Beleids- en nadere regels WMO De Bilt 2017