Bij dit resultaatsgebied gaat het om het bevorderen, behoud of het compenseren van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt, teneinde opname in een instelling, verwaarlozing en/of escalatie te voorkomen.
Zelfredzaamheid wordt in de wet gedefinieerd als het in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Participatie betekent deelname aan het maatschappelijk verkeer.
Onder ADL (algemene dagelijkse levensverrichtingen)-activiteiten vallen de activiteiten die mensen dagelijks in het gewone leven verrichten.
Uniforme resultaatomschrijving:
Het vermogen om zelfstandig te leven
Cliënt kan zelfstandig wonen
Cliënt kan randvoorwaarden regelen om zelfstandig te wonen
Cliënt kan voorzien in primaire levensbehoeftes
Cliënt kan zelfstandig een huishouden voeren
Cliënt kan zijn financiële situatie op orde brengen
Cliënt kan zijn financiële situatie stabiel houden
Cliënt kan de administratie bijhouden
Cliënt kan iets kopen/betalen
Cliënt kan gezond leven en hier ook naar handelen
Cliënt heeft zicht op zijn lichamelijke/ medische toestand (bijvoorbeeld bij verslaving) en kan omgaan met zijn/haar chronisch medische aandoening (leerbaarheid en acceptatie).
Cliënt heeft controle over zijn lichamelijke/medische/psychische toestand
Cliënt kan zichzelf verzorgen
Het hebben van dagstructuur
Cliënt heeft een regelmatige dagstructuur en ritme (opstaan, wassen, aankleden, op tijd klaarstaan)
Cliënt kan een weekplanning maken
Cliënt heeft een zinvolle dagbesteding
Het deelnemen aan het maatschappelijk leven
Cliënt heeft een voor zichzelf gewenst/voldoende sociaal netwerk
Cliënt kan sociale contacten onderhouden
Cliënt kan zichzelf verplaatsen/vervoeren
Cliënt kan sociale vaardigheden toepassen
Cliënt kan deelnemen aan georganiseerde activiteiten
Cliënt kan gesprekken voeren met instanties
Het voeren van regie (in combinatie met andere subresultaten)
Cliënt heeft en houdt eigen regie en autonomie
Cliënt herkent problemen en kan hierop reageren
Cliënt kan vaardigheden toepassen
Cliënt kan besluiten nemen en de gevolgen daarvan wegen
Cliënt kan initiatief nemen
Cliënt kan zich aan regels en afspraken houden
Activiteiten van begeleiding betreffen:
Ondersteunen:
Hulp op afstand
Directe aansturing
Overnemen
Oefenen
Toezicht houden
HOOFDSTUK 4. › § 4.2
Artikel 4.2.1