Naar hoofdinhoud
Bij het beoordelen van de aanspraak wordt gekeken naar het algemene beoordelingskader (zie § 3.1), de algemene toegangscriteria (zie § 3.2) en algemene weigeringsgronden (zie § 3.3). Daarnaast moet worden beoordeeld of de cliënt voldoet aan de geldende criteria (zie 4.2.2.3) . 4.2.2.1Gebruikelijke hulp Gebruikelijke hulp is van toepassing indien er huisgenoten aanwezig zijn die in staat zijn de begeleiding te bieden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in kortdurende en langdurige situaties. Kortdurende situaties Alle begeleiding van de cliënt door huisgenoten is gebruikelijke hulp als er sprake is van een kortdurende zorgsituatie, met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt, dat Wmo-zorg daarna niet langer is aangewezen. Daarbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden. Langdurige situaties Als het gaat om een chronische situatie is de begeleiding van een volwassen cliënt gebruikelijke hulp wanneer die begeleiding naar algemeen aanvaarde maatstaven door huisgenoten onderling aan elkaar moet worden geboden. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende vormen van begeleiding aan een cliënt: Het begeleiden/vervoeren van de cliënt naar de dagbesteding. Het begeleiden van de cliënt bij het normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer, zoals het bezoeken van familie/vrienden, huisarts, bezoeken zwembad enzovoort. Het bieden van hulp bij of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie of bieden van dagstructuur. Dit kan worden overgenomen door een niet-beperkte huisgenoot wanneer die taak altijd door de nu beperkte cliënt werd uitgevoerd. Wanneer kan een uitzondering worden gemaakt voor gebruikelijke hulp: In bepaalde situaties is gebruikelijke hulp niet van toepassing of dient er soepeler mee omgegaan te worden. Die situaties zijn: Voor zover de huisgenoot geobjectiveerde beperkingen heeft en/of kennis/vaardigheden mist om gebruikelijke hulp ten behoeve van de cliënt uit te voeren en deze vaardigheden niet kan aanleren wordt van hen geen bijdrage verwacht. Voor zover een huisgenoot overbelast is of dreigt te raken wordt van hem of haar geen gebruikelijke hulp verwacht, totdat deze dreigende overbelasting is opgeheven. Daarbij geldt het volgende: Wanneer voor de volwassen huisgenoot eigen mogelijkheden en/of voorliggende voorzieningen zijn om de (dreigende) overbelasting op te heffen, dienen deze eigen mogelijkheden en/of voorliggende voorzieningen hiertoe te worden aangewend. Als er sprake is van (dreigende) overbelasting vanwege het zelf leveren van zorg, dient men die overbelasting op te heffen door deze zorg door (andere) zorgverleners uit te laten voeren/in te kopen. Voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door maatschappelijke activiteiten buiten de gebruikelijke hulp, wel of niet in combinatie met een fulltime school- of werkweek, gaat het verlenen van gebruikelijke begeleiding voor op die maatschappelijke activiteiten. Voor zover de cliënt zich in de terminale levensfase bevindt, wordt geen bijdrage verwacht van een huisgenoot. 4.2.2.2Algemene voorzieningen (zie ook § 3.1.7) Algemene voorzieningen zijn voorzieningen die zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk zijn en zijn gericht op maatschappelijke ondersteuning. Voorbeelden daarvan zijn: begeleiding of cliëntondersteuning via MEE of AMW ADL-assistentie in fokuswoningen GGZ-bemoeizorg buddy-zorg maatjesproject huiskamerprojecten Indien de cliënt een aanvraag heeft ingediend, maar gebruik kan maken van een algemene voorziening, dan krijgt de cliënt wel een beschikking. In die beschikking staat vermeld dat de aanvraag voor een maatwerkvoorziening wordt afgewezen, omdat de cliënt gebruik kan maken van een algemene voorziening. 4.2.2.3Criteria begeleiding Wil een cliënt in aanmerking komen voor de maatwerkvoorziening begeleiding (individueel dan wel in groepsverband) dan dient sprake te zijn van geobjectiveerde beperkingen ten aanzien van het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Er zijn beperkingen op het gebied van: het voor zichzelf kunnen zorgen c.q. de regie voeren over het dagelijks leven en besluiten kunnen nemen; het vermogen tot sociaal functioneren in de dagelijkse leefsituaties, zoals thuis en in relatie met vrienden en familie; het vermogen om zelf in een zinvolle dagstructurering te voorzien.

Rechtspraak bij dit artikel