Naar hoofdinhoud
4.2.3.1Soorten begeleiding Begeleiding individueel Individuele begeleiding kan worden ingezet om te ondersteunen bij het aanbrengen van structuur of het voeren van regie. Individuele begeleiding kan ook verstrekt worden ten behoeve van het oefenen van vaardigheden of handelingen of ten behoeve van het houden van toezicht op een cliënt. Begeleiding groep Begeleiding groep wordt gebruikt om een zo normaal mogelijk dagritme aan te houden met een welomschreven doel met activiteiten die passen bij de belangstelling van de cliënt. Daarnaast wordt aandacht besteed aan het activeren van nog aanwezige functies. Begeleiding groep wordt ook ingezet ter ontlasting van mantelzorgers. Onder begeleiding groep wordt niet verstaan: een reguliere dagstructuur die in de woon-/verblijfssituatie wordt geboden; een welzijnsactiviteit zoals zang, bingo, uitstapjes en dergelijke. Afbakening begeleiding individueel – begeleiding groep Of de cliënt is aangewezen op begeleiding individueel of begeleiding groep wordt bepaald door wat zorginhoudelijk het meest doelmatig is. Begeleiding groep is voorliggend op begeleiding individueel als hetzelfde doel wordt beoogd. Wanneer de begeleiding gericht is op het daadwerkelijk bieden van dagstructuur is begeleiding groep de aangewezen vorm van begeleiding. Maar wanneer de hulpvraag gelegen is in het bijvoorbeeld een of meerdere keren per week bieden van hulp bij het doornemen van de dag- of weekstructuur en de zorgbehoefte is niet gelegen in het daadwerkelijk bieden van die dagstructuur, dan is begeleiding individueel de aangewezen vorm. Ook als er medische contra-indicaties zijn voor begeleiding groep, kan begeleiding individueel worden geïndiceerd. Het gaat dan om personen voor wie op medische gronden een contra-indicatie geldt voor deelname aan een groep geboden door een instelling, zoals infectiegevaar of dusdanige gedragsproblemen dat het niet wenselijk is om deze cliënt in een groep te plaatsen. Een combinatie van begeleiding groep en begeleiding individueel is mogelijk. 4.2.3.2Omvang Aan de hand van het onderzoek formuleert de gemeente concrete resultaten/doelstellingen die middels de maatwerkvoorziening begeleiding bereikt moeten worden. Bij zorg in natura KAN de aanbieder verzocht worden een ondersteuningsplan op te stellen waarin is beschreven op welke wijze de resultaten en doelstellingen worden bereikt. Bij een persoonsgebonden budget moet de cliënt dit op verzoek van de gemeente beschrijven in het door hem ingediende budgetplan. De gemeente bepaalt de omvang en de daarmee gemoeide kosten. De gemeente kan tussentijds een voortgangsrapport opvragen om te monitoren of de inzet van begeleiding conform de gestelde indicatie verloopt en (inzet van meer/minder uren) nog noodzakelijk is. 4.2.3.3Afbakening Afbakening Zorgverzekeringswet De zorgverzekeringswet is verantwoordelijk voor de zogenaamde lijfsgebonden zorg. Begeleiding bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Onder de ADL-activiteiten vallen ook activiteiten als aan- en uitkleden, persoonlijke hygiëne, eten en drinken etc. Indien sprake is van overname van ADL-activiteiten gericht op persoonlijke zorg is de ziektekostenverzekeraar de aanwezen instantie. Als er sprake is van begeleiding bij de persoonlijke verzorging (hands off) is de gemeente verantwoordelijk. Het basispakket van de zorgverzekering vergoedt verder veel gebruikte geneeskundige zorg/behandeling, geneesmiddelen en medische hulpmiddelen. Afbakening Wet langdurige zorg Behandeling valt onder de Wlz. Begeleiding omvat het oefenen en inslijpen van de in de behandeling aangeleerde vaardigheden en gedrag door het (herhaald) toepassen in de praktijk. Bij begeleiding gaat het om het bevorderen, behouden of compenseren van de zelfredzaamheid. Voor (de begeleiding bij) dit oefenen is geen specifieke vaardigheid vereist. Grofweg geldt dat aanleren bij behandeling hoort en toepassen bij begeleiding. Van behandeling is sprake als er verbeterdoelen zijn geformuleerd, die op een gestructureerde en programmatische manier worden nagestreefd, en waarvoor specifieke deskundigheid is vereist. De behandeling is niet alleen op herstel gericht, maar kan ook gericht zijn op voorkomen van verergering, waaronder begrepen het leren omgaan met (de gevolgen van) een aandoening, voorzover de interventie gestructureerd is, programmatisch is, en zich richt op een specifiek behandeldoel. Afbakening Wia en participatiewet De Participatiewet (ingangsdatum 1 januari 2015) voegt de Wet werk en bijstand (WWB) en de Wet sociale werkvoorziening (WSW) samen. Doel hiervan is dat zoveel mogelijk mensen met een arbeidsbeperking aan het werk gaan bij een gewone werkgever in plaats van bij een sociale werkvoorziening. School en werk zijn voorliggend op begeleiding groep. Pas als school of werk niet op een reguliere of aangepaste manier mogelijk is, kan begeleiding groep ingezet worden. Tijdens arbeid bestaat er geen aanspraak op begeleiding ten laste van de Wmo als die gericht is op de arbeidstaken, stages of onderwijsopdrachten. Arbeidsreïntegratie of het aanleren van algemene vaardigheden en gedrag, gericht op de arbeid zelf is geen Wmo. 4.2.4.Sportrolstoel Het is mogelijk om in aanmerking te komen voor een sportrolstoel. Voor een sportrolstoel komt een cliënt in aanmerking als sportbeoefening zonder sportrolstoel onmogelijk is door beperkingen. Dit om het ook mogelijk te maken aan niet-rolstoelgebruikers via een sportrolstoel aan sport te kunnen doen. Het gebruik van een sportrolstoel voor teamsporten is helder. Daarnaast zijn er ook individuele sporten (marathon bijvoorbeeld) waar men een sportrolstoel voor aan zal vragen. Recreatieve activiteiten worden niet onder sport gerekend. Om deze reden wordt wel de eis gesteld dat de cliënt actief lid is van een gehandicaptensportvereniging. Er moet op gewezen worden dat bij veel gehandicaptensportvereniging de mogelijkheid bestaat een sportrolstoel te lenen om uit te proberen of een bepaalde sport die aantrekkelijk lijkt ook bij iemand past. Dit kan nuttig zijn om te voorkomen dat een aangeschafte rolstoel uiteindelijk niet of nauwelijks gebruikt wordt. Topsport zal net als bij niet-gehandicapten, vaak hoge uitgaven vergen voor sporthulpmiddelen. Deze regeling is daar niet voor bedoeld. Topsport zal vaak een beroep op sponsoring noodzakelijk maken. Vorm van de toekenning De sportrolstoel wordt toegekend in: natura of de vorm van een persoonsgebonden budget. Bij het persoonsgebonden budget is een deel als bijdrage in de aanschaf van een sportrolstoel bedoeld en een deel voor onderhoud. In uitzonderlijke situaties, waarin bijvoorbeeld een elektrische rolstoel noodzakelijk is voor sport, kan met behulp van een beroep op de hardheidsclausule een hoger bedrag worden verstrekt. Dat zal mogelijk zijn als het inkomen de aanschaf van een elektrische sportrolstoel met een persoonsgebonden budget niet mogelijk maakt. Een uitgebreide individuele beoordeling is hiervoor noodzakelijk.Het persoonsgebonden budget is een bedrag waarmee voor een periode van 3 jaar een sportrolstoel aangeschaft en onderhouden kan worden. Na afloop van de periode van 3 jaar, volgt geen automatische vervanging van de sportrolstoel, maar zal, bij het verzoek tot vervanging, een beoordeling plaatsvinden van de technische staat van de sportrolstoel. Afhankelijk daarvan wordt al dan niet overgegaan tot verstrekking van een nieuwe vergoeding.

Rechtspraak bij dit artikel