Onder de zelfredzaamheid valt ook ‘het voeren van een gestructureerd huishouden’. De wet bevat geen nadere omschrijving van ‘het voeren van een gestructureerd huishouden’. Daaronder kunnen zowel resultaten vallen die bereikt moeten worden op het huishoudelijke vlak en resultaten voor wat betreft een voor de cliënt en zijn kenmerken geschikte woning. De term ‘voeren van een gestructureerd huishouden’ geeft geen duidelijkheid over het onderscheid tussen die resultaten. Wel is er één belangrijke voorwaarde voordat er gecompenseerd kan worden: er moet een woning zijn. Als er geen woning is, is het niet de taak van de gemeente om voor een woning te zorgen. Iedere Nederlandse burger dient zelf voor een woning te zorgen. Bij de keus van een woning wordt uiteraard rekening gehouden met de eigen situatie. Dat betekent ook dat er met bestaande of bekende komende beperkingen rekening wordt gehouden door de cliënt.
Het college moet beperkingen in het normale gebruik van de woning compenseren. Veelal is in deze situaties compensatie noodzakelijk in de vorm van een woonvoorziening. Onder een woonvoorziening wordt verstaan: een voorziening die verband houdt met een maatregel die is gericht op het compenseren van de beperkingen die een cliënt bij het normale gebruik van zijn woning ondervindt. Het normale gebruik van de woning omvat de elementaire woonfuncties of te wel de activiteiten die de gemiddelde bewoner in zijn woning in elk geval verricht. Het gaat daarbij onder andere om slapen, lichaamsreiniging, toiletgang, het bereiden en consumeren van voedsel, het zich verplaatsen in de woning. Voor kinderen komt daar bij het veilig kunnen spelen in de woonruimte.
Het feit dat alleen problemen bij het normale gebruik van de woning worden gecompenseerd, houdt in dat geen rekening wordt gehouden met voorzieningen met een therapeutisch doel (bijvoorbeeld dialyseruimten, therapeutisch baden). Soms zullen deze voorzieningen vergoed worden vanuit de Zorgverzekeringswet, soms zal men de therapeutische effecten ook kunnen bereiken door de therapie elders te ontvangen.
Voor het gebruik van hobbyruimtes en studeerkamers wordt geen passende maatwerkvoorziening getroffen, aangezien het daarbij niet gaat om ruimten met een elementaire woonfunctie.
Evenmin wordt er rekening gehouden met problemen die een incidenteel karakter hebben, dan wel voorzieningen die puur als noodvoorziening hebben te gelden (bijvoorbeeld incidenteel gebruikte en niet-essentiële onderdelen van de woning respectievelijk vluchtvoorzieningen of branddeuren).
Uniforme resultaatomschrijving:
Wonen in een geschikt huis
De woning is toe- en doorgankelijk.
Client kan gebruik maken van elementaire woonruimtes.
Een cliënt verblijvend in een Wlz-instelling kan één woning in de gemeente bezoeken
HOOFDSTUK 4. › § 4.4
Artikel 4.4.1