Naar hoofdinhoud
Bij het beoordelen van de aanspraak wordt gekeken naar het algemene beoordelingskader (zie § 3.1), de algemene toegangscriteria (zie § 3.2) en algemene weigeringsgronden (zie § 3.3). Daarnaast moet worden beoordeeld of de cliënt voldoet aan de geldende criteria (zie 4.4.2.2) . 4.4.2.1Algemeen gebruikelijke voorzieningen Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn voorzieningen waarvan, gelet op de omstandigheden van betrokken cliënt, aannemelijk is te achten dat de cliënt daarover zou (hebben kunnen) beschikken, ook als hij of zij geen beperkingen had. Er moet altijd in het individuele geval worden bekeken of de voorziening voor de cliënt algemeen gebruikelijk is. Enkele voorzieningen zijn die vaak algemeen gebruikelijk zijn: eenhendelmengkranen centrale verwarming verhoogd toilet (6+ en 10+) keramische kookplaat douchekop op glijstang zonwering incl. elektrische bediening handgrepen/wandbeugels tot 50 cm waterbed douchestoel thermostatische mengkranen wasdroger wasmachine toiletverhoger douche of douchecabine douchekruk 2e trapleuning keukenapparatuur automatische garagedeuren (losse) airco units/installaties in auto/woning stofzuiger mobiele telefoon telefoonabonnement Verhuizing algemeen gebruikelijk Een verhuizing wordt eveneens algemeen gebruikelijk geacht. Volgens gegevens van het Planbureau voor de Leefomgeving verhuizen Nederlanders gemiddeld zeven keer in hun leven. Dat is dus gemiddeld één keer in de tien jaar. Het verhuizen behoort voor een ieder dus tot het normale leven en een ieder heeft dus enkele malen in het leven verhuiskosten. In uitzonderingsgevallen, bijvoorbeeld bij een plotseling noodzakende verhuizing, kan wel een verhuiskostenvergoeding in de vorm van een persoonsgebonden budget worden verstrekt. 4.4.2.2Criteria Aard van de materialen of slechte staat onderhoud(artikel 3.3 Verordening) Vloeien de problemen bij het normale gebruik van de woning voort uit de aard van de in de woning gebruikte materialen of de slechte staat van het onderhoud, dan weigert het college de maatwerkvoorziening. Daarbij valt te denken aan astmatische klachten of allergische reactie door bepaalde vloerbedekking, een houten vloer die doorbuigt of vocht en tocht door achterstallig onderhoud van de woning. Bij achterstallig onderhoud wordt van de cliënt verwacht dat hij zelf pogingen onderneemt om de gebreken te (laten) oplossen. Dat betekent dat de cliënt bijvoorbeeld zijn verhuurder moet aanspreken en dat maatwerkvoorziening wordt afgewezen. Een afwijzing blijft achterwege als de cliënt regelmatig goede pogingen heeft ondernomen om de gebreken (met name vocht- en schimmelproblemen) door de verhuurder te laten oplossen én er, het oog op de gezondheidstoestand van cliënt, binnen redelijkerwijs aanvaardbare tijd geen uitzicht is op het verhelpen van de problemen door de verhuurder. Hoofdverblijf(artikel 3.3 Verordening) De gemeente is alleen verplicht tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening indien de cliënt een feitelijk woon- en verblijfadres heeft in de gemeente. De vraag in welke gemeente de cliënt woonplaats heeft, moet worden beantwoord aan de hand van concrete feiten en omstandigheden. De GBA-gegevens vormen bij de bepaling van de woonplaats slechts een belangrijke aanwijzing, maar ze zijn niet doorslaggevend. Onder het begrip woonachtig moet worden verstaan hetgeen in het normale spraakgebruik daaronder wordt begrepen, te weten het hebben van een plaats waar iemand gewoonlijk verblijft en alwaar het centrum van diens dagelijkse sociale en economische activiteiten is gelegen. Het gaat dus om de feitelijke situatie. Bij het aanhouden van een postadres en het niet meer feitelijk verblijven in de gemeente, rust er geen verplichting op de gemeente. In uitzonderingssituaties is er sprake van twee hoofdverblijven. Daarbij moet worden gedacht aan kinderen met beperkingen van gescheiden ouders, die in co-ouderschap door beide ouders worden opgevoed en daadwerkelijk de ene helft van de tijd bij de ene ouder wonen en de andere helft van de tijd bij de andere ouder. Alleen in die situaties geldt een compensatieplicht in beide ouderlijke woningen (mits beide woningen ook daadwerkelijk in de gemeente zijn gesitueerd), en niet in situaties waarin sprake is van bezoekregelingen. Wel geldt onverkort dat gezocht dient te worden naar een reeds aangepaste woning of de goedkoopst aan te passen woning. Gemeenschappelijke ruimten(artikel 3.3 Verordening) De eigenaar van een wooncomplex is primair verantwoordelijk voor het aanbrengen van voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten. De gemeenschappelijke ruimten kunnen worden aangepast indien zonder deze aanpassingen de woonruimte voor de cliënt ontoegankelijk blijft en de eigenaar niet bereid is dit te financieren en schriftelijk heeft verklaard, dat er geen bezwaar is tegen het aanbrengen van de voorziening. De navolgende aanpassingen aan gemeenschappelijke ruimten komen in aanmerking voor vergoeding: automatische deuropeners, hellingbanen, extra trapleuningen, verbrede toegangsdeuren, vlonders en een opstelplaats voor de rolstoel. Overige voorzieningen aan gemeenschappelijke ruimten zijn in principe uitgesloten. Verhuizen naar de beschikbare, meest geschikte woning (artikel 3.3 Verordening) Uitgangspunt is dan dat de cliënt moet verhuizen naar een geschikte woning en indien geen geschikte woning beschikbaar is, naar de woning die het goedkoopst passend te maken is. Maatwerkvoorzieningen die worden aangevraagd naar aanleiding van een verhuizing naar een niet passende woning zullen worden afgewezen. In die niet passende woning zal de cliënt immers beperkingen ondervinden. Deze weigering leidt tot uitzondering als het college schriftelijk toestemming verleent aan de cliënt te verhuizen. Renovatie of aanpassing aan de eisen van de tijd (artikel 3.3 Verordening) Het louter renoveren van een woning of het aanpassen daarvan aan de eisen van de tijd (bijvoorbeeld het vervangen van een lavet door een douche) is de verantwoordelijkheid van de cliënt zelf of de woningcorporatie. Eigenaar verantwoordelijk (artikel 3.3 Verordening) Bij de beoordeling of een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, mag soms wel meegenomen worden dat een cliënt daadwerkelijk aanspraak heeft op een voorziening op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst. Denk hierbij aan dat de woningeigenaar verantwoordelijk is voor het treffen van voorzieningen. Als een woning niet voldoet aan de op grond van wettelijke voorschriften, algemeen aanvaarde regels of contractuele bepalingen, geldende vereisten, dan hoeft er geen maatwerkvoorziening getroffen te worden. Meerkosten bij nieuwbouw of renovatie (artikel 3.3 Verordening) Ook wordt een woonvoorziening afgewezen indien de voorziening bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kan worden meegenomen. Woonruimte die niet geschikt is voor permanente bewoning (artikel 3.3 Verordening) De aanvraag voor een maatwerkvoorziening wordt geweigerd indien verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is om het gehele jaar door bewoond te worden. Naar het oordeel van de CRvB is dit toegestaan (zie ECLI:NL:CRVB:2011:BR4180). In een uitspraak heeft de CRvB geoordeeld dat het college een aanvraag terecht heeft afgewezen omdat een cliënt is verhuisd naar een sociaal pension. Een sociaal pension is volgens de CRvB een tijdelijke woonruimte en niet bestemd voor permanente bewoning. 4.4.2.3Afschrijvingstermijnen (artikel 3.2 Verordening) Indien er een beroep wordt gedaan op compensatie vanuit de wet zijn onderstaande afschrijvingstermijnen van belang voor het bepalen van de mate van compensatie. Indien de te vervangen voorziening economisch nog niet is afgeschreven, bestaat er geen aanspraak op een vervangende voorziening. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn: 15 jaar: intercominstallatie standaard keukenaanrechtblok en bovenkastjes 20 jaar: het (her)inrichten of renoveren/moderniseren van een douche- of badruimte 25 jaar: spouw-, gevel-, dak- en/of vloerisolatie; grotere bouwkundige ingrepen of renovaties, m.u.v. isolerend glas en cv 30 jaar: grotere verbouwingen in combinatie met uitbreidingen Bovenstaande afschrijvingstermijnen zijn richtlijnen, een en ander is mede afhankelijk van de kwaliteit van het materiaal en het uitvoeringsniveau. Van de genoemde afschrijvingstermijnen kan dus worden afgeweken als daartoe aanleiding is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel