Bij het beoordelen van de aanspraak wordt gekeken naar het algemene beoordelingskader (zie § 3.1), de algemene toegangscriteria (zie § 3.2) en algemene weigeringsgronden (zie § 3.3). Daarnaast moet worden beoordeeld of de cliënt voldoet aan de geldende criteria (zie 4.6.2.2).
4.6.2.1Algemeen gebruikelijk (zie ook 0)
Er moet altijd in het individuele geval worden bekeken of de voorziening ook voor de cliënt algemeen gebruikelijk is. Enkele voorzieningen zijn die vaak algemeen gebruikelijk zijn:
fiets met lage instap
automatische transmissie in auto
bromfiets
elektrisch aangedreven fiets
fiets
fiets met hulpmotor
snorfiets
bakfiets
tandem (met hulpmotor)
kinderbuggy
fietsbuggy/fietskar/fietszitje
autostoeltje
Bovenstaande opsomming is niet uitputtend.
4.6.2.2Voldoet de cliënt aan de geldende criteria?
Openbaar vervoer bereikbaar en bruikbaar
De cliënt komt in aanmerking voor een vervoersvoorziening indien hij het openbaar vervoer niet kan bereiken of gebruiken. Het criterium ‘bereiken van het openbaar vervoer’ is door de CRvB geoperationaliseerd middels het loopafstandscriterium “maximale” loopafstand van 800 meter. Kan de cliënt 800 meter zelfstandig, al dan niet met hulpmiddelen en in een redelijk tempo 800 meter lopen, dan wordt de cliënt in staat geacht het openbaar vervoer te kunnen bereiken. Kan de cliënt het openbaar vervoer bereiken, maar is het onmogelijk het openbaar vervoer te gebruiken, bijvoorbeeld omdat de cliënt niet in het openbaar vervoer kan komen, dan kan er aanleiding zijn wel een vervoersvoorziening te treffen.
Er vindt altijd een individuele beoordeling plaats, waarbij wordt gekeken naar de vervoersbehoefte, de daadwerkelijke afstand tot de halte etc.
HOOFDSTUK 4. › § 4.6
Artikel 4.6.2