4.6.4.1Soorten vervoersvoorzieningen
Bij het maken van de keuze gericht op het compenseren van beperkingen bij het verplaatsen per vervoermiddel moet ermee rekening gehouden worden dat deze in beginsel gericht is op het sociaal vervoer, ook wel “vervoer in het kader van het leven van alledag in de directe woon- of leefomgeving”. Bij het opstellen van een programma van eisen en de selectie moet rekening gehouden worden met de vervoersbehoefte, frequentie, de sociale en de medische omstandigheden.
In onderstaande is een overzicht van verschillende voorzieningen en aandachtpunten. De opsomming is niet limitatief.
Bij alle vervoersvoorzieningen gelden een aantal algemene uitgangspunten:
Gebruik van algemeen gebruikelijke voorzieningen is medisch gezien niet mogelijk.
Bij een individuele maatwerkvoorziening, zoals een driewielfiets of scootmobiel, moet er voldoende verkeersinzicht zijn om veilig aan het verkeer te kunnen deelnemen.
Bij individuele maatwerkvoorzieningen kan onder andere gedacht worden aan een scootmobiel, een driewielfiets, een bruikleenauto, een auto-aanpassing of een gesloten buitenwagen.
Collectief vervoer
Collectief vervoer is vervoer van deur tot deur voor mensen met een beperking. Met collectief vervoer kan op een eenvoudige manier gereisd worden binnen de regio naar bijvoorbeeld familie, het winkelcentrum of naar het station. Collectief vervoer wil zeggen dat er zoveel mogelijk samen in dezelfde richting wordt gereisd. Door samen te reizen is het vervoer goedkoper dan individueel taxivervoer.
Aanvullende beoordelingscriteria
niet in staat zijn om in en uit te stappen bij het gebruik van het openbaar vervoer
lijden aan een verstandelijke handicap/psychische problematiek (dus ook dementie)
lijden aan visuele problematiek (slechtziend/blind)
en daardoor niet zelfstandig (zonder begeleiding) gebruik kunnen maken van het Openbaar Vervoer.
Bij speciale gevallen, bij bijvoorbeeld psychische problemen, ernstige lichamelijke beperkingen kan Regiotaxi gecontra-indiceerd zijn, waardoor individueel vervoer geïndiceerd zou kunnen zijn. Voor individueel vervoer zal in principe medisch advies opgevraagd worden.
In de praktijk blijkt dat er personen met beperkingen zijn die met begeleiding kunnen deelnemen aan het openbaar vervoer. Een persoon met beperkingen dient in principe zelf zijn begeleiding te organiseren. De gemeente kan ondersteuning bieden bij het zoeken naar begeleiding en namens de aanvrager contact leggen met bijvoorbeeld de vrijwilligerscentrale, thuishulpcentrale of de vereniging Zonnebloem. Niettemin kan er sprake zijn van een uitzonderlijke situatie waarin een aanvrager niet (altijd) de beschikking heeft over begeleiding. Slechts in uitzonderingsgevallen, als aanvrager aannemelijk kan maken dat er sprake is van geen of onvoldoende begeleiding, verstrekken wij een deelnemerspas van het collectieve vervoersysteem (natuurlijk zonder medische begeleiderspas!). Deze groep aanvragers kan dan zonder begeleiding deelnemen aan het collectieve systeem.
Aantal zones
Dit is binnen het collectief vervoer vertaald in een toekenning van maximaal 750 zones per jaar. Een uitzondering op het aantal zones kan worden gemaakt vanwege de persoonlijke situatie of vervoersbehoefte van de cliënt. Zo kan een uitzondering worden gemaakt indien:
de partner van de cliënt in een instelling verblijft, of
bij frequent bezoek aan ziekenhuis/arts/fysiotherapeut, of
de cliënt deelneemt aan begeleiding groep, psychiatrische problematiek, en daarvoor gebruik moet maken van het collectief vervoer, of
vanwege deelname aan Huiskamer Plus.
Bij het vaststellen van het aantal zones wordt gekeken naar de vervoersbehoefte van de cliënt. Daarbij wordt ook gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van andere voorzieningen of de leefsituatie van de cliënt. Daarbij kan gedacht worden aan de volgende mogelijkheden:
scootmobiel,
bewoning Wlz-instelling en
indicatie huishoudelijk hulp voor het doen van boodschappen of aanwezigheid boodschappenservice.
Indien de vervoersbehoefte deels of geheel op een andere wijze dan met collectief vervoer kan worden opgelost dan kan dit vertaald worden in zones en in mindering worden gebracht op het toe te kennen zonebudget. Er vanuit gaande dat daarmee wel aan de totale compensatie van 1500-2000 km op jaarbasis wordt voldaan.
De eerder genoemde 750 zones zijn als volgt opgebouwd:
Vervoersbehoeften
Zones (inclusief opstapzone)
Wekelijks boodschappen doen
200 (3,8 zones per week)
Wekelijks verenigingen of clubs bezoeken
(kienen, harmonie, voetbalclub etc.)
150 (2,8 zones per week)
Wekelijks familie bezoeken
150 (2,8 zones per week)
Eens per maand er op uit gaan (markt
bezoeken, shoppen, steden bezoeken, sociaal
culturele instellingen bezoeken etc.)
120 (10 zones per maand)
Eens in de 3 maanden ziekenhuisbezoek
50 zones (12,4 zones per 3 maanden)
Onvoorziene vervoersbehoeften
80 zones (6,67 zones per maand)
Totaal
750
Uitgaande van bovenstaande onderverdeling, de aanwezige vervoersbehoefte en de mogelijke en/ of aanwezige oplossingen c.q. voorzieningen wordt het definitieve zonebudget bepaald.
Medische begeleiding
Indien een individuele persoon met beperkingen tijdens het vervoer begeleiding nodig heeft, en in het bezit is van een zogenaamde NS-begeleiderskaart, mag 1 begeleider gratis mee in het collectieve vervoersysteem. Hierbij dient rekening gehouden te worden met het feit dat de chauffeur reeds assistentie verleent bij het in- en uitstappen en verplaatsen van de deur naar het voertuig en vice versa. Voor deze activiteiten is derhalve geen begeleider noodzakelijk. De noodzaak voor begeleiding dient duidelijk vastgesteld te worden.
Open elektrische buitenwagen
Een open elektrische buitenwagen is ofwel een speciale elektrische rolstoel, ofwel een zogenaamde scootmobiel. Het gebruiksgebied betreft de korte afstand en is derhalve aanvullend op het openbaar- en/of collectief vervoer.
Criteria
Een open elektrische buitenwagen is geïndiceerd indien de cliënt:
zonder begeleider zelf zijn bestemming kan bepalen en vinden;
regelmatig korte afstanden buitenshuis moet afleggen;
niet in staat is om in een rustig tempo 100 meter te kunnen lopen;
tegen weersinvloeden bestand is gedurende een groot deel van het jaar;
kan in- en uitstappen (overschuiven);
een goede zitbalans heeft;
beschikt over stallings- en opladingsmogelijkheden;
het voertuig kan bedienen en besturen.
4.6.4.2Vorm van de voorziening
Bij de verstrekking van vervoersvoorzieningen kan onderscheid gemaakt worden tussen twee vormen:
vervoersvoorziening in naturaCollectief vervoer wordt in natura verstrekt.
Vervoersvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budgetEen persoonsgebonden budget is niet mogelijk indien de cliënt is aangewezen op collectief vervoer.
HOOFDSTUK 4. › § 4.6
Artikel 4.6.4