Naar hoofdinhoud
1.. Indien het algemeen bestuur een besluit als bedoeld in artikel 6, onder d wenst vast te stellen, te wijzigen of in te trekken, legt het een voorstel daartoe met toelichting voor aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten. 2.. De raden van de gemeenten en provinciale staten kunnen binnen 3 maanden na verzending van het in het eerste lid bedoelde voorstel, schriftelijk hun oordeel inzake dat voorstel geven. Het algemeen bestuur besluit niet alvorens deze termijn verstreken is dan wel het bericht van de raden van alle gemeenten en provinciale staten is ontvangen. 3.. De in het eerste en tweede lid van dit artikel beschreven procedure geldt niet voor algemeen verbindende voorschriften of besluiten ter bescherming van werken, inrichtingen of eigendommen van het recreatieschap. 4.. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de afkondiging der algemeen verbindende voorschriften op de in de gemeenten en provincie gebruikelijke wijze of, zodra een voor deze gemeenschappelijke regeling eigen publicatieblad is ingesteld, via dit publicatieblad. 5.. Deze regeling laat onverlet de bevoegdheid van de besturen van de gemeenten algemeen verbindende voorschriften als bedoeld in het eerste lid vast te stellen die aanvullende bepalingen bevatten ten aanzien van onderwerpen, waarin een algemeen verbindend voorschrift van het recreatieschap reeds heeft voorzien, tenzij deze bepalingen in strijd zijn met de door het recreatieschap vastgestelde bepalingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel