Naar hoofdinhoud
5.1 Algemeen In artikel 4.17 van de Wet BRP is de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete opgenomen. Elke gemeente kan haar eigen beleid vaststellen voor het opleggen van de bestuurlijke boete. De boete kan opgelegd worden bij verschillende overtredingen overtreding. Hieronder wordt ingegaan op de betekenis van de bestuurlijke boete, wanneer en onder welke voorwaarde die wordt opgelegd en wat de hoogte van de boete is. In de Wet BRP is voor de hoogte een maximum gesteld van 325 euro. De bevoegdheid tot het opleggen van de bestuurlijke boete en het opmaken van een rapport van overtreding is gemandateerd aan diverse functionarissen van de afdeling Publieksplein, die allen onder verantwoordelijkheid van de algemeen beheerder werken. 5.2 Verplichtingen In de Wet BRP zijn de verplichtingen opgenomen waaraan een burger moet voldoen.  Bij overtreding van de volgende verplichtingen kan op grond van artikel 4.17, sub a, Wet BRP een bestuurlijke boete worden opgelegd: 1. Verplichting tot het doen van aangifte van 2.38 verblijf en adres vanwege vestiging vanuit het buitenland 2.39 adreswijziging 2.43 vertrek naar het buitenland 2. Verplichting tot geven van inlichtingen en geschriften en verschijnen in persoon 2.44 op eigen initiatief over gegevens betreffende burgerlijke staat en nationaliteit 2.45 op verzoek na aangifte 2.46 op verzoek over gegevens betreffende burgerlijke staat en nationaliteit 2.47 op verzoek bij vermoeden dat persoon in gebreke is met het doen van aangifte 3. Verplichting tot het geven van 2.40 lid 5 inlichtingen door het hoofd van een instelling aan personen verblijvend in de instelling over het kiezen van briefadres 2.50 inlichtingen door bedrijven of instelling over personen die aldaar verblijven 2.51 inlichtingen en geschriften op verzoek over overlijden van een familielid 4. Overige bepalingen 2.52 Het op verzoek tonen van een identiteitsbewijs bij het verschijnen in persoon 5.3 Medewerking aan onjuiste registratie Op grond van artikel 4.17, sub b, Wet BRP kan een bestuurlijke boete worden opgelegd aan degene met een woonadres in de gemeente die bewust toelaat dat een andere persoon met datzelfde woonadres is ingeschreven, terwijl hij weet dat dit onjuist is. 5.4 Voorwaarden Om een bestuurlijke boete op te kunnen leggen moet de overtreding aan een aantal voorwaarden voldoen, te weten: De overtreding moet verwijtbaar zijn aan de betrokkene Er kan maar één boete gegeven voor de overtreding De betrokkene moet eerst gewaarschuwd worden De betrokkene moet aansprakelijk zijn De boete moet opgelegd worden binnen drie jaar na overtreding Ad 1 Een voorwaarde voor het opleggen van een bestuurlijke boete is dat de boete uitsluitend opgelegd wordt indien er sprake is van verwijtbaar gedrag. De mate van verwijtbaar wordt volgens vaste jurisprudentie bepaald op grond van objectieve verwijtbaarheid en subjectieve verwijtbaarheid. Bij de objectieve verwijtbaarheid kijken we naar de handeling of het nalaten van betrokkene. Heeft betrokkene feitelijk een regel overtreden? Bij subjectieve verwijtbaarheid kijken we naar de persoon. Wist betrokkene – of kon hij redelijkerwijs weten – dat hij een verplichting had moeten nakomen? De mate waarin de gedraging aan de betrokkene kan worden verweten, wordt beoordeeld naar de situatie op het moment waarop de belanghebbende zijn verplichting had moeten nakomen. Of er sprake is van verwijtbaar gedrag moet blijken uit het dossier op grond waarvan uiteindelijk de boete wordt opgelegd (artikel 5:41 Algemene wet bestuursrecht). Het nalaten van het vervullen van verplichtingen, wel of niet bewust, kan als verwijtbaar bestempeld worden. Aan de hand van feiten en omstandigheden van het betreffende geval kan bepaald worden in welke mate het niet voldoen aan de verplichting verwijtbaar is. Afhankelijk van de mate van verwijtbaarheid kan gevarieerd worden met de hoogte van de op te leggen bestuurlijke boete . Zowel de subjectieve omstandigheden, waardoor iemand niet aan zijn verplichting heeft kunnen voldoen, zoals spoedopname in een ziekenhuis, als ook objectief waarneembare omstandigheden, zoals het aantal keer dat betrokkene eerder niet voldaan heeft aan zijn verplichting om op tijd zijn verhuizing door te geven, kunnen bepalen of er een boete wordt opgelegd en hoe hoog de boete is. Ad 2 Er kan maar één boete per overtreding gegeven worden. Een persoon kan dus niet voor dezelfde overtreding nogmaals een boete krijgen. Het gaat hier dan om dezelfde overtreding en niet om het soort overtreding. Een persoon kan bij meerdere overtredingen van dezelfde verplichtingen even zo vaak een bestuurlijke boete krijgen opgelegd. Eén overtreding kan slechts beboet worden met één bestuurlijke boete (artikel 5:43 Awb). Wanneer de burger geen aangifte doet van zijn adreswijziging en vervolgens niet verschijnt wanneer het college van B&W hem daartoe verplicht, dan zijn dat in feite twee overtredingen. In deze gevallen zullen we één boete opleggen. Hetzelfde geldt voor een ouder die geen aangifte doet voor zichzelf en zijn/haar minderjarige kinderen. In principe kunnen we twee boetes opleggen, maar we leggen ook in dit geval maar één boete op. Ad 3 Een boete kan pas worden opgelegd nadat de persoon gewaarschuwd is dat er sprake is van overtreding en dat hiervoor een bestuurlijke boete opgelegd kan worden. De bestuurlijke boete moet een preventieve werking hebben en is geen doel op zich. Hierom wordt de betrokkene eerst gewaarschuwd alvorens er feitelijk een bestuurlijke boete wordt opgelegd. Ad 4 De bestuurlijke boete wordt opgelegd aan de verantwoordelijke of zijn vertegenwoordiger. Wanneer bijvoorbeeld voor een minderjarig kind geen aangifte wordt gedaan, houdt dit in dat de boete wordt opgelegd aan de ouders. Bij niet samenwonende ouders zal de boete opgelegd worden aan de ouder aan wie de overtreding toe te rekenen is. Normaal gesproken zal dit de ouder zijn bij wie het kind woont/is gaan wonen. De bestuurlijke boete kan niet opgelegd worden als de burger is overleden. Wanneer bij leven van de burger de boete is opgelegd en hij komt voor de inning te overlijden, dan vervalt de boete (artikel 5:42 Awb). Ad 5 De bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen vervalt drie jaar nadat de overtreding is begaan (artikel 5:45 Awb). Dat roept de vraag op welke datum geldt voor een overtreding van een verplichting op grond van de Wet BRP. Uitgangspunt is dat de overtreding wordt begaan bij constatering ervan door het college. Na het overtreden van de aangifteplicht blijft de overtreding actueel. Elke dag dat de burger in gebreke blijft, overtreedt hij de wet. De termijn schuift daarmee dus ook op. Bij valsheid in geschrifte wordt er aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie (OM). Gaat het OM niet over tot vervolging (of geen reactie binnen 13 weken), dan kan er alsnog een bestuurlijke boete worden opgelegd. 5.5 Standaard en lage boete De Wet BRP stelt een maximum van 325 euro. Omdat er verschillende overtredingen zijn waarvoor een bestuurlijke boete opgelegd kan worden, worden er twee boetebedragen vastgesteld, te weten: een standaardboete van 325 euro en een lage boete van 200 euro. Het onderscheid in deze boetes wordt hieronder verder uitgewerkt. 5.6 Type overtreding en hoogte boete De boete kan opgelegd worden bij overtreding van de artikelen 2.38, 2.39, 2.40 vijfde lid, 2.43 tot en met 2.47, 2.50, 2.51 en 2.52. Hieronder volgt welke boete aan welke overtreding(en) gekoppeld wordt. Uiteraard geldt in alle gevallen dat voldaan moet zijn aan de voorwaarden zoals hierboven genoemd. 5.6.1 Verplichting tot het doen van aangifte Bij overtreding van onderstaande verplichtingen wordt een standaard boete opgelegd. Is de verwijtbaarheid laag, dan wordt een lage boete opgelegd. Dit geldt ook als de persoon op grond van artikel 2.48 Wet BRP verplicht was om deze verplichting voor een ander te vervullen. Komt iemand zijn verplichting niet na om desgevraagd in persoon te verschijnen en zijn identiteitsbewijs te tonen (artikel 2.52 Wet BRP), dan kan een lage boete worden opgelegd. 1. Verplichting tot het doen van aangifte van 2.38 verblijf en adres vanwege vestiging vanuit het buitenland 2.39 adreswijziging 2.43 vertrek naar het buitenland 5.6.2 Verplichting tot het verschaffen van inlichtingen en geschriften Als er geen boete wordt opgelegd in geval zoals bedoeld bij “1”, dan wordt bij overtreding van de onderstaande verplichtingen een lage boete opgelegd. Dit geldt ook als de persoon op grond van artikel 2.48 Wet BRP verplicht was om deze verplichting voor een ander te vervullen. 2. Verplichting tot geven van inlichtingen en geschriften en verschijnen in persoon 2.44 op eigen initiatief over gegevens betreffende burgerlijke staat en nationaliteit 2.45 op verzoek na aangifte 2.46 op verzoek over gegevens betreffende burgerlijke staat en nationaliteit 2.47 op verzoek bij vermoeden dat persoon in gebreke is met het doen van aangifte 5.6.3 Verplichting tot het geven van inlichtingen door een ander Bij overtreding van onderstaande verplichtingen wordt een lage boete opgelegd. De boete aan een instelling wordt uitsluitend opgelegd als de instelling structureel weigert medewerking te verlenen. Ook met de boete aan een familielid wordt zeer terughoudend omgegaan, deze wordt pas opgelegd als er van een grote mate van verwijtbaarheid sprake is. 3. Verplichting tot het geven van 2.40 lid 5 inlichtingen door het hoofd van een instelling aan personen verblijvend in de instelling over het kiezen van briefadres 2.50 inlichtingen door bedrijven of instelling over personen die aldaar verblijven 2.51 inlichtingen en geschriften op verzoek over overlijden van een familielid 5.6.4 Verplichting tot het tonen van een identiteitsbewijs Als er geen boete wordt opgelegd in geval zoals bedoeld bij “1”, dan wordt bij overtreding van de onderstaande verplichting een lage boete opgelegd. 4. Overige bepalingen 2.52 Het op verzoek tonen van een identiteitsbewijs bij het verschijnen in persoon 5.6.5 Medewerking onjuiste registratie Bij deze overtreding wordt de standaard boete opgelegd. 5. Medewerking onjuiste registratie 4.17 lid b Iemand die bewust toelaat dat een ander persoon op hetzelfde woonadres wordt ingeschreven, terwijl hij weet dat dit onjuist is

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel