De houder van de voorschoolse voorziening die de tegemoetkoming namens de ouder aanvraagt moet:
gevestigd zijn in de gemeente Opmeer;
geregistreerd zijn in het LRK;
voldoen aan de kwaliteitseisen voor kinderopvang (wet kinderopvang) en VVE.
het recht van de ouder op de gemeentelijke tegemoetkoming toetsen en registreren en daartoe een deugdelijke administratie bijhouden met:
de aanvragen van ouders voor tegemoetkoming in de kosten van peuteropvang met en zonder VVE;
Verklaringen Geen recht op kinderopvangtoeslag ;
inkomensverklaringen dan wel documenten waaruit de hoogte van het te verwachten (structurele) verzamelinkomen blijkt dat in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan de plaatsing in de peuteropvang;
bewijzen van indicatiestelling voor VVE van de GGD.
kortdurende peuteropvang aanbieden op de volgende locaties: Boevenhoeve (Opmeer), Hummeltjeshonk (Hoogwoud), Kikkerhoek (De Weere) en Minipunt (Aartswoud). De houder gaat vooraf met de subsidieverstrekker in gesprek als hij in het aantal groepen, in de groepsgrootte of in de spreiding van de groepen verandering wil aanbrengen.
bij uitschrijving van de peuter uit de kortdurende peuteropvang, de ouders op de hoogte stellen van het aanbod van andere kinderopvangorganisaties binnen de gemeente Opmeer.
Het college maakt gebruik van de hardheidsclausule, zoals vermeld in artikel 20 van de Algemene Subsidieverordening Opmeer 2015, om op grond van specifieke beleidsregels ‘kortdurende peuteropvang en VVE’ ook subsidie te kunnen verlenen aan een commerciële organisatie.
Het college kan nadere voorwaarden stellen in de subsidiebeschikking aan de houder.
Hoofdstuk 8.
Artikel 8.6