De tegemoetkoming wordt door de ouders aangevraagd en namens hen ingediend door de houder van de voorschoolse voorziening waar de peuter gebruik van maakt. Deze doet daartoe jaarlijks een aanvraag bij de gemeente volgens de voorschriften in de Algemene subsidieverordening 2015. Onderdeel van de aanvraag is een overzicht van het aantal (VVE) peuters waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, de te verwachte hoogte van de kinderopvangtoeslag en ouderbijdragen en de locaties waar de peuteropvang wordt aangeboden.
Op basis van de aangeleverde informatie wordt de totale voorlopige tegemoetkoming berekend en een subsidiebesluit genomen door het college. De houder ontvangt hierna een beschikking van de (voorlopige) hoogte van de tegemoetkoming, de voorwaarden die aan de subsidieverlening worden gesteld en de wijze van uitbetalen.
Hoofdstuk 8.
Artikel 8.5