Verordening hoofdstuk 6
De cliënt die is aangewezen op een maatwerkvoorziening kan, als hij dat wenst, in aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget (Pgb). Dat betekent dat de cliënt (of zijn wettelijk vertegenwoordiger) het college moet verzoeken om een Pgb. Daarbij wordt opgemerkt dat het college bij het onderzoek een voorlichtingsplicht heeft om de cliënt te vertellen welke mogelijkheden er zijn om te kiezen voor een Pgb én uit te leggen wat de gevolgen zijn van die keuze (art. 2.3.2 lid 6 van de wet). Zolang er sprake is van mantelzorg waarmee wordt voorzien in de noodzakelijke begeleiding is er geen plaats voor een maatwerkvoorziening al dan niet in de vorm van een Pgb (bijv. CRVB:2017:3209).Een Pgb vertegenwoordigt (een afgeleide van) de geldswaarde van de goedkoopst passende bijdrage van een maatwerkvoorziening die het college in natura zou verlenen. Met een Pgb kunnen diensten, zoals individuele begeleiding, begeleiding bij een schoon en leefbaar huis of logeren worden ingekocht, maar ook een woonvoorziening of een vervoersvoorziening, zoals een scootmobiel. Om in aanmerking te komen voor een Pgb moet zijn voldaan aan een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden zijn neergelegd in artikel 2.3.6 van de wet. Daarnaast zijn in de Verordening (hoofdstuk 6) en het vigerende Besluit maatschappelijke ondersteuning Montferland bepalingen neergelegd die (direct of indirect) te maken hebben met de beoordeling of wordt voldaan aan de voorwaarden om voor een Pgb in aanmerking te komen.
Hoofdstuk 10
Artikel 10.1
Inleiding
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Montferland 2018