Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 8

Artikel 35

Overige inrichtingskosten: opknapkosten

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Barneveld

1.. Voor de overige inrichtingskosten van het door belanghebbende en zijn gezin te betrekken hoofdverblijf kan bijzondere bijstand worden verstrekt als deze kosten voortvloeien uit: buitengewone bijzondere omstandigheden er noodzaak en/of een verplichting was tot verhuizen naar het nieuwe hoofdverblijf de kosten niet voorzienbaar waren en/of geen reservering voor deze kosten mogelijk is geweest. 2.. Er is in ieder geval sprake van omstandigheden als bedoeld in het voorgaande lid als sprake is van: een verhuisverplichting vanwege het bewonen van een woning met woonkosten die meer bedragen dan de maximale subsidiabele huur naar een woning met lagere lasten; het bewonen van een woning met woonkosten die meer bedragen dan de toepasselijke aftoppingsgrens (Hsw) naar een woning waarvoor de woonkosten niet meer bedragen dan de kortingsgrens; een medische noodzaak tot verhuizen. 3.. Onder overige inrichtingskosten worden uitsluitend begrepen de kosten van zaken die naar hun aard niet als duurzame gebruiksgoederen kunnen worden aangemerkt (zoals de kosten voor verf, behang). 4.. De bijzondere bijstand voor deze kosten wordt ‘om niet’ verstrekt. 5.. De hoogte van de te verstrekken bijzondere bijstand wordt bepaald aan de hand van de aard en grootte van het door belanghebbende te betrekken hoofdverblijf en is gebaseerd op de richtprijzen zoals vermeld in de Nibud-Prijzengids. 6.. De maximaal te verstrekken bijzondere bijstand voor deze kosten in relatie tot de aard en grootte van het te betrekken hoofdverblijf zijn opgenomen in het Normenblad. 7.. Als voorliggende voorziening wordt in alle gevallen beschouwd een tegemoetkoming in voornoemde kosten waarop aanspraak kan worden gemaakt bij de werkgever van belanghebbende krachtens een CAO, op grond van een individuele arbeidsovereenkomst dan wel aanstelling.

Rechtspraak bij dit artikel