Rechtsstatelijke en democratische beginselen vormen de grondslag voor ambtelijke integriteit. Kern is dat de overheid tot doel heeft het algemeen belang te behartigen door een efficiënte en effectieve inzet van collectieve middelen. Dat is een wezenlijk verschil met een onderneming die haar eigen belang laat prevaleren.
Het legaliteitsbeginsel houdt in dat de overheid uitsluitend bevoegdheden heeft voor zover die in een wet aan het overheidsorgaan zijn toebedeeld. De overheid heeft het monopolie op bepaalde bevoegdheden zoals het verlenen en intrekken van vergunningen en het opleggen van belastingen en straffen. Deze bevoegdheden mogen niet voor andere doelen gebruikt worden.
De beginselen van behoorlijk bestuur betreffen onder meer het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel, de afweging van alle betrokken belangen en het gelijkheidsbeginsel.
Het beginsel van ministeriële (politieke) verantwoordelijkheid houdt in dat de politiek ambtsdrager verantwoordelijk is voor hetgeen door de ambtenaren wordt gedaan of nagelaten. De inhoud en omvang van het ambtelijk handelen wordt bepaald door de verantwoordelijkheid van de bestuurder ten opzichte van het vertegenwoordigend orgaan, de gemeenteraad. Deze beginselen bepalen mede de relatie tussen de ambtenaar en zijn werkgever.
De nieuwe bepaling over goed ambtenaarschap en goed werkgeverschap is een open norm die inhoudt dat het bevoegd gezag de ambtenaar behandelt zoals dit van een goed werkgever verwacht mag worden en dat de ambtenaar verplicht is zich als een goed ambtenaar te gedragen. De norm van goed ambtenaarschap is voor de gemeenten reeds te vinden in artikel 15:1 CAR-UWO:
de ambtenaar is gehouden zijn functie nauwgezet en ijverig te vervullen en zich ook overigens te gedragen zoals het een goed ambtenaar betaamt.
‘Goed ambtenaarschap’ houdt in, dat de ambtenaar loyaal is ten opzichte van het bevoegd gezag en de aanwijzingen en opdrachten van de leidinggevende zo goed en zorgvuldig mogelijk uitvoert. Het houdt tevens in dat de ambtenaar zijn taak integer en onpartijdig uitvoert waarbij iedere vorm van belangenverstrengeling wordt voorkomen. Goed ambtenaarschap wordt ook tot uitdrukking gebracht in de vast te stellen gedragscode.
Goed werkgeverschap strekt zich uit over de gehele (arbeids)verhouding tussen ambtenaar en werkgever en beperkt zich niet tot integriteitaspecten. De werkgever is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de juiste persoon op de juiste plek, voor voldoende begeleiding van het personeel en voor technische hulpmiddelen, zoals een goede beveiliging van informatiesystemen. De werkgever draagt zorg voor de werkomstandigheden. Met betrekking tot integriteit moet de werkgever de ambtenaar in staat stellen tot en ondersteunen bij het integer uitvoeren van zijn werk. De manier waarop het werk georganiseerd is heeft daar invloed op. Opgedragen taken aan een ambtenaar mogen niet leiden tot belangenverstrengeling. Dat betekent bijvoorbeeld dat het een ambtenaar mogelijk gemaakt moet worden zijn taak, bijvoorbeeld het verlenen van een vergunning, aan een collega over te dragen als er sprake is van familie- of vriendschapsbanden met de aanvrager. De werkgever moet zorgen voor heldere functiebeschrijvingen, een scheiding tussen advies-, beslissing- en controlebevoegdheid. Aspecten als hier bedoeld liggen ook ten grondslag aan reeds vastgestelde regelingen en beleid. In dit verband kan worden gedacht aan het aanbestedingsbeleid, de Regeling Klokkenluiders of de mogelijkheid van inschakeling van een vertrouwenspersoon.
Artikel 2.1
Goed ambtenaarschap en goed werkgeverschap
Onderdeel van Integriteitsregeling gemeente Steenwijkerland