Het college moet zorg dragen voor de totstandkoming van een gedragscode voor goed ambtelijk handelen. De wet stelt geen inhoudelijke eisen aan de gedragscode en laat dus de ruimte om deze toe te snijden op de eigen lokale situatie. De gedragscode geeft onze waarden en normen weer en sluit aan bij de praktijk van alledag. Het bevat een aantal kernwaarden:
openheid,
betrouwbaarheid
onafhankelijkheid
dienstbaarheid
zorgvuldigheid
functionaliteit
en geeft gedragsregels ten aanzien van thema’s waarbij de integriteit in het geding kan komen:
vertrouwelijke informatie,
nevenwerkzaamheden,
geschenken,
uitnodigingen voor reizen,
gemeentelijke voorzieningen,
belangen van familieleden en
reageren op niet-integere zaken en melden van vermoedens van misstanden.
Ten aanzien van laatstgenoemd aspect wordt tevens verwezen naar de Regeling Klokkenluiders op grond van artikel 125quinquies 1:f Ambtenarenwet en het daarop gebaseerde artikel 15:2 CAR-UWO. Daarnaast wordt - onder het kopje ‘goed ambtenaarschap’ - aandacht besteed aan de wijze waarop ambtenaren met de burgers en elkaar om dienen te gaan. In dit verband wordt ook verwezen naar de vastgestelde gedragsregels in het kader van het agressiebeleid. Het wettelijk vereiste dat het integriteitbeleid aandacht besteedt aan het voorkomen van discriminatie is eveneens in de gedragscode verder ingevuld. In 2003 zijn aan de Ambtenarenwet twee verplichtingen met betrekking tot nevenfuncties toegevoegd; verplichtingen die als gevolg van de wetswijziging zijn terug te vinden in artikel 125quinquies, te weten:
het openbaar maken van nevenfuncties van een bepaalde categorie ambtenaren en
de plicht van een bepaalde categorie ambtenaren om ook financiële belangen te melden.
Deze aspecten zijn eveneens in de gedragscode meegenomen. De vast te stellen gedragscode voor ambtenaren is als bijlage 1 aan deze notitie gehecht.
Om effect te hebben moeten de in de code neergelegde gedragsregels in de organisatie algemeen bekend zijn en gehandhaafd worden. Daarmee geeft de organisatie aan de code serieus te nemen. Dat betekent dat het management de regels zelf uitdraagt in de praktijk, de naleving controleert, medewerkers aanspreekt op twijfelachtig gedrag en zo nodig maatregelen neemt. De wettelijke verplichting om jaarlijks verantwoording af te leggen over de naleving van de gedragscode zal dit stimuleren. Vóór de inwerkingtreding van de gewijzigde Ambtenarenwet was een door gemeenten vastgestelde gedragscode voor ambtenaren op te vatten als een nadere invulling of uitwerking van het bepaalde in artikel 15.1 van de CAR-UWO, op grond waarvan de ambtenaar is gehouden zijn functie nauwgezet en ijverig te vervullen en zich ook overigens te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt. Met de komst van artikel 125quater van de Ambtenarenwet is het vaststellen van een gedragscode een wettelijke verplichting en vormt daarmee een regeling waaraan de ambtenaar zich heeft te houden. De code heeft dan ook juridische betekenis. In een ambtenaarrechtelijke procedure legt de gedragscode en de handhaving ervan gewicht in de schaal ten gunste van de werkgever.
In beginsel kan worden geopteerd voor een gezamenlijke gedragscode voor ambtenaren, wethouders, burgemeester en raadsleden. Immers, de hiervoor genoemde kernwaarden binnen het openbaar bestuur gelden voor zowel bestuurders als ambtenaren. Allen zijn dienstbaar aan dezelfde gemeente. Echter, de positie van raadsleden, collegeleden en ambtenaren binnen de organisatie is zo verschillend dat concrete gedragsregels voor alle groepen tezamen niet goed denkbaar is. Het heeft daarom de voorkeur om de gemeenteraad voor te stellen ter uitvoering van de artikelen 15, derde lid, 41c en 69 van de Gemeentewet een gedragscode vast te stellen die is gebaseerd op de in deze notitie verwoorde kernwaarden en thema’s waarbij de integriteit in het geding kan komen. De gedragscode voor bestuurders is als bijlage 2 bijgevoegd.
Artikel 2.3
Gedragscode voor goed ambtelijk handelen
Onderdeel van Integriteitsregeling gemeente Steenwijkerland