**1..** Het recht op de vergoeding, bedoeld in artikel 5, vervalt met ingang van het tijdstip, waarop op grond van artikel 2 de verplichting vervalt dan wel wordt ingetrokken.
**2..** Indien de vergoeding tot dat tijdstip gedurende ten minste twee jaren ten minste drie procent van de bezoldiging van de ambtenaar heeft bedragen, wordt in het eerste jaar daarna 75% van het bedrag dat in de laatste twaalf maanden is toegekend, in het tweede jaar daarna 50% van dat bedrag en in het derde jaar daarna 25% van het bedrag toegekend.
**3..** Heeft de ambtenaar ten minste 10 jaar aaneen gesloten wachtdienst verricht en wordt hij op een moment vanaf 55 jaar hiervoor niet meer ingezet, houdt hij het recht op het vergoedingsbedrag dat in de laatste twaalf maanden is toegekend tot het moment van pensionering.
**4..** Indien de vergoeding niet vervalt maar wordt verminderd, is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
**5..** Indien de ambtenaar 60 jaar wordt gedurende de in het tweede lid bedoelde overgangsperiode van drie jaren, blijft de vergoedingsregeling in stand zoals zij gold voor dat moment.