**1..** Het IKB bestaat uit een pensioengevend deel en een niet-pensioengevend deel.
**2..** Het pensioengevend deel van het IKB wordt per kalendermaand als volgt opgebouwd met:
8% van het in die maand genoten salaris en salaristoelagen, met een minimum van € 164,17, waarbij dit minimum niet geldt voor ambtenaren met een aanstelling in schaal A of met loondispensatie;
8,3% van het door de ambtenaar in die maand genoten salaris;
3,4% van het in die maand genoten salaris voor de ambtenaar in schaal 13 of lager;
2,85% van het in die maand genoten salaris voor de ambtenaar in schaal 14 of hoger.
**3..** Het niet pensioengevend deel van het IKB wordt per kalendermaand opgebouwd met 2,67% van het door de ambtenaar in die maand genoten salaris.
**4..** Op aanvraag van de ambtenaar kunnen Gedeputeerde Staten vaste maandelijkse toelagen opnemen in het pensioengevend deel van het IKB.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.5
Artikel 3.5.2