Naar hoofdinhoud
De ambtenaar kan zijn opgebouwde IKB inzetten voor één of meer van de volgende doelen: voor bruto-inkomen in de maand van opbouw of in de daarop volgende maand of maanden; voor IKB-verlof voor zover de totale aanspraken op verlof volgens artikel 11, eerste lid, onderdeel r, onder 1° van de Wet op de loonbelasting 1964 niet tot het loon gerekend worden en tot een maximum van 10% van de totale arbeidsduur in het kalenderjaar waarin het IKB-verlof wordt gekocht; onder voorwaarden voor sparen in het kader van de Levensloopregeling, als bedoeld in artikel 5.14; één keer per jaar de contributie voor het lidmaatschap van een vakbond die is vertegenwoordigd in het SPA dan wel in het overleg met de vakbonden; het werkgeversgedeelte van de pensioenpremie als die door de werknemer betaald wordt bij langdurend onbetaald verlof; opleiding en ontwikkeling die voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 31a, tweede lid, onderdeel c en d van de Wet op de loonbelasting 1964; door Gedeputeerde Staten aangewezen doelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel