Lid 1
De procedure voor de afgifte door het college van de vergunning voor rijksmonumenten staat in hoofdstuk 2 paragraaf 2 van de Monumentenwet 1988 en afdeling 3.4 van de Awb. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (hierna: RCE) en, buiten de bebouwde kom, ook Gedeputeerde Staten (hierna: GS) moeten binnen twee maanden na verzending van de adviesaanvraag adviseren (Monumentenwet 1988, artikel 16.2). Het definitieve besluit moet binnen vier maanden na ontvangst van het laatste van de adviezen van RCE en GS plaatsvinden (Monumentenwet 1988, artikel 16.3). Op het definitieve besluit kan nog slechts door een beperkt groep van belanghebbende beroep worden ingesteld.
Lid 2
De Monumentenwet 1988 schrijft voor dat de erfgoedcommissie bij de aanvragen om vergunning voor rijksmonumenten wordt ingeschakeld. Om te voorkomen dat dit wettelijke vereiste door het ontbreken van het advies van de erfgoedcommissie tot moeilijkheden leidt bij de afgifte van de vergunning, is in lid 2 een termijn gesteld.
HOOFDSTUK 6.
Artikel 25.
Vergunning voor beschermd rijksmonument
Onderdeel van ERFGOEDVERORDENING GEMEENTE GORINCHEM 2018