Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7.

Artikel 26.

Vangnet archeologie

Onderdeel van ERFGOEDVERORDENING GEMEENTE GORINCHEM 2018

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in het bestemmingsplan in de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving opgenomen te worden van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Met de invoering van deze verplichting is de bescherming van archeologische waarden in beginsel ruimtelijk geborgd. Het uitgangspunt van dit artikel (voortvloeiend uit het verdrag van Malta) en daarmee ook van artikel 26 van deze verordening, is daarom primair dat in het bestemmingsplan, door middel van een gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingenkaart en eventueel aanvullend veldonderzoek, wordt vastgelegd waar zich archeologische waarden in de bodem kunnen bevinden. In Gorinchem zijn nog enkele bestemmingsplannen van kracht van vóór de invoering van deze eisen. Om, mede gelet op de verplichtingen van het Verdrag van Malta, ook voor de gronden waar deze ‘oude’ bestemmingsplannen nog gelden de bescherming van archeologische waarden te verzekeren, is dit artikel opgenomen. De strekking van dit artikel is te waarborgen dat mogelijk in deze gronden aanwezige archeologische waarden niet worden verstoord, tenzij daaraan aandacht is besteed die gelijkwaardig is aan waartoe artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening verplicht, door middel van de verwachtingskaarten, een omgevingsvergunning of eigen onderzoek dat aan die eisen kan voldoen. Bij eventuele nadere regels van burgemeester en wethouders over het verrichten van archeologisch onderzoek kan bijvoorbeeld gedacht worden aan regels m.b.t. een programma van eisen of een plan van aanpak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel