Naar hoofdinhoud
Inleiding Het doel van de ondersteuning vanuit de Wmo is dat de cliënt kan participeren en zo veel mogelijk zelfredzaam is. Daarbij moet het huishouden geen obstakel zijn. Het resultaat van de ondersteuning is dat de cliënt beschikt over een schoon huis. Dit betekent dat men gebruik moet kunnen maken van een schone woonkamer, als slaapvertrek in gebruik zijnde ruimtes, de keuken, sanitaire ruimtes en de gang/ trap. De genoemde ruimtes dienen met enige regelmaat schoongemaakt te worden. Een schoon huis wil niet zeggen dat alle vertrekken wekelijks schoongemaakt moeten worden. Het betekent dat het huis niet vervuilt en periodiek schoon wordt gemaakt om zo een algemeen aanvaard basisniveau van schoon te realiseren. Hiervoor heeft de gemeente Epe een individuele maatwerkvoorziening voor Huishoudelijke Hulp georganiseerd. Afwegingskader Om in aanmerking te komen voor een individuele maatwerkvoorziening voor Huishoudelijke Hulp worden er een aantal afwegingen gemaakt. Als eerste wordt beoordeeld of er sprake is van gebruikelijke hulp, zie richtlijnen bijlage 1. Hiervan is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden geacht (een deel van) het huishoudelijk werk over te nemen. Daarnaast wordt er gekeken naar algemeen gebruikelijke voorzieningen waar de inwoner gebruik van kan maken. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld het gebruik van de glazenwasser voor het reinigen van de ramen aan de buitenkant. Vervolgens wordt gekeken of er gebruik kan worden gemaakt van een algemene voorziening zoals de was- en strijkservice of een wettelijk voorliggende voorziening zoals de WLZ. Ook wordt er gekeken of er andere eigen mogelijkheden zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie waarin men al jaren op eigen kosten iemand voor deze werkzaamheden inhuurt. Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem, wordt er gekeken naar een individuele maatwerkvoorziening. Er wordt voortgebouwd op de systematiek zoals die tot 2007 ook onder de AWBZ werd gehanteerd met de CIZ normering (2006). Daarbij wordt maatwerk toegepast op basis van normaal gebruik en grootte van de woning. Deze systematiek bestaat uit normen uitgedrukt in uren en wordt toegelicht onder F: individuele maatwerkvoorzieningen. De hulp kan door het college worden toegekend in Zorg in natura (Zin) of in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Bij huishoudelijke hulp in Zin wordt de hulp toegekend in uren. Bij een pgb wordt het bedrag van dit pgb afgegeven op basis van de uren en bijbehorende tarieven voor formele of informele hulp, zie de bijlage van de verordening. Wettelijk voorliggende voorzieningen Tijdens het keukentafelgesprek wordt er als eerste afgewogen of er wettelijk voorliggende voorzieningen zijn waar de inwoner gebruik van kan maken. In het kader van het eenvoudig schoonmaakwerk zijn dit de Wet langdurige zorg (Wlz) en de Zorgverzekeringswet (Zvw). Zo is het eenvoudig schoonmaakwerk bij mensen met een Wlz-indicatie in de vorm van een Modulair Pakket Thuis per 1 april 2017 overgeheveld naar de Wlz en zijn gemeenten hier niet meer verantwoordelijk voor. Algemeen gebruikelijke voorzieningen Ook wordt er gekeken of er algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn waar de inwoner gebruik van kan maken. Het gebruik van een glazenwasser voor het reinigen van de ramen. Het gebruik van particuliere hulp. Dit is soms een goedkoper dan Huishoudelijke Hulp via de Wmo. Er zijn in de gemeente Epe verschillende zorgaanbieders die ook particuliere hulp aanbieden. Maaltijden: Er zijn verschillende organisaties die maaltijden klaarmaken en bezorgen. Ook zijn er klant-en-klaar maaltijden te koop in de supermarkt die soms (tijdelijk) een oplossing kunnen bieden. Boodschappendienst: sommige supermarkten hebben een boodschappendienst. Inwoners kunnen hun boodschappen bestellen bij de supermarkt en tegen een vergoeding worden de boodschappen thuis gebracht. Er wordt dan vanuit gegaan dat iemand zelf of een mantelzorger de boodschappen via de telefoon of computer kan bestellen. Verschillende supermarkten in de gemeente Epe hebben een bezorgservice voor de boodschappen. Algemene voorzieningen In de gemeente Epe is een algemene voorziening opgezet in de vorm van een Was- en Strijkservice. Inwoners met of zonder Wmo-indicatie kunnen hier hun was naar toe brengen of laten brengen en halen (als dit nodig is). De was wordt door de Was- en strijkservice gewassen en eventueel ook gestreken. Inwoners betalen hiervoor een bijdrage. Deze staat vermeld in de verordening. Cliënten met een Wmo-indicatie betalen € 2,25 per kilo was en € 1,25 per stuk strijken. Dit tot een maximum van € 40,- per huishouden. Particulieren betalen € 3,50 per kilo was. De toeslag voor strijken bedraagt € 1,75 per stuk. Cliënten met een Wmo-indicatie die een inkomen hebben tot 120% van de bijstandsnorm betalen na een lichte inkomenstoets, een maandelijks tarief voor de was- en strijkservice van € 13,50 (1 persoon) of € 25,- (2 of meer personen). Individuele maatwerkvoorzieningen De gemeente kan voor het eenvoudig schoonmaakwerk een individuele maatwerkvoorziening verstrekken. Deze voorziening is gekoppeld aan het resultaat ‘schoon en leefbaar huis’. Dit houdt in dat de woning functioneel en schoon moet zijn volgens algemeen gebruikelijk hygiënische maatstaven. Het verschilt per situatie welke werkzaamheden hier wel of niet onder vallen. Zo moet de inwoner gebruik kunnen maken van een schone huiskamer, slaapvertrek, keuken, douche/toilet en gang. De genoemde ruimtes dienen met enige regelmaat schoongemaakt te worden. Een schoon huis wil niet zeggen dat genoemde vertrekken wekelijks schoongemaakt moeten worden. Het betekent dat het huis niet vervuilt en periodiek schoon wordt gemaakt om zo een algemeen aanvaardbaar niveau van schoon te realiseren. In de praktijk beoordeelt de Wmo-consulent of de woning ‘schoon en leefbaar’ is door bijvoorbeeld te controleren of er stof aanwezig is, of er sprake is van vervuiling of dat de woning stinkt. Voor de normering van de Huishoudelijke Hulp wordt gebruik gemaakt van de richtlijn Indicatieadvisering Hulp bij het Huishouden van het CIZ (versie 2006). Naast deze richtlijn wordt er altijd rekening gehouden met maatwerk op basis van mogelijkheden van de cliënt of netwerk en noodzakelijk te gebruiken ruimtes. Bij de afweging voor huishoudelijke hulp wordt tevens rekening gehouden met onderstaande punten: Bezettingsgraad en gebruik van de woning. Bijvoorbeeld een eenpersoons huishouden in een eengezinswoning; boven worden meerdere kamers niet gebruikt en de zolder niet; hiervoor rekenen we een aftrek van 1 uur op het zwaar huishoudelijk werk. Bij meerpersoonshuishoudens een half uur omdat er bij meer personen de woning sneller vervuild. Een eenpersoons huishouden in een eengezinswoning waarvan de hele bovenverdieping niet wordt gebruikt: 1:30 uur aftrek zwaar huishoudelijk werk. Onmogelijkheid om zelf het huishouden te organiseren in relatie tot individuele begeleiding die al aanwezig is. Maatwerk voor boodschappen doen is alleen mogelijk als uit onderzoek is gebleken dat belanghebbende geen gebruik kan of mag maken van de boodschappenservice. Er kan een individuele maatwerkvoorziening worden getroffen ten aanzien van het wassen, drogen, strijken en opruimen van de was. Dit wordt alleen gedaan als uit onderzoek is gebleken dat belanghebbende geen gebruik kan of mag maken van de was- en strijkservice. Als de belanghebbende in staat is een deel van de wasverzorging (bijvoorbeeld kleine stukken wasgoed zittend strijken en opvouwen) zelf te doen, wordt iemand in principe ook verwezen naar de algemene voorziening. De dagelijkse kleding moet met enige regelmaat schoongemaakt worden. Dit betekent het wassen, drogen en in bepaalde situaties strijken van kleding. We spreken hier uitsluitend over normale kleding voor alledag. Daarbij is het uitgangspunt dat er zo min mogelijk kleding gestreken hoeft te worden. Met het kopen van kleding kan hier rekening mee worden gehouden. Maaltijdbereiding In de Wmo en Zorgverzekeringswet (Zvw) is niet duidelijk verankerd waar het bereiden van de maaltijden precies onder valt. Het is dus niet altijd vanzelfsprekend dat er een maaltijdvoorziening moet worden geïndiceerd vanuit de Wmo. De VNG staat op het standpunt dat wanneer een cliënt Persoonlijke Verzorging vanuit de Zvw krijgt deze pv-er ook de maaltijdbereiding tot zijn of haar taak zou moeten rekenen op de momenten dat hij of zij bij de cliënt thuis aanwezig is. Dus ook als deze maaltijdbereiding formeel onder de Wmo 2015 valt. Door per situatie af te pellen of er algemene voorzieningen zijn, of dat iemand uit het sociale netwerk bepaalde taken kan overnemen, of dat er al een aantal keer per week een huishoudelijke hulp of wijkverpleegkundige bij diegene thuis komt wordt er gezocht naar een passende oplossing. Het is in ieder geval niet wenselijk dat cliënten te maken krijgen met allerlei verschillende hulpverleners. Een richtlijn voor de afbakening van de maaltijdbereiding is dat er bij de Wmo sprake moet zijn van ‘toezien op de maaltijd’. Iemand heeft bijv. begeleiding nodig bij het klaarmaken van de maaltijden of moet worden aangestuurd om te gaan eten. In veel gevallen lost de persoonlijke verzorging dit op in de momenten dat er zorg verleent moet worden. Als dit niet lukt komt de Wmo in beeld. Een huishoudelijke hulp zal in veel gevallen niet 3 keer per dag een kwartier komen voor het eten dus zal gekeken worden waar de hulp ontbijt, lunch en warme maaltijd zodanig kan voorbereiden dat klant/mantelzorger/zorgverlener het eenvoudig kan gebruiken(klaarzetten van de lunch in de koelkast; verpakking verwijderen etc. Indien een cliënt zoveel beperkingen heeft dat hij/zij volledig geholpen moet worden bij de voeding of bij een groot risico op verslikking dan valt de maaltijdbereiding onder de Zvw. Ook de maaltijdbereiding van cliënten met lichamelijke problemen (balansproblemen), waardoor ze geen brood kunnen smeren en/of waarbij zittend ook geen optie is, omdat er geen transfer gemaakt kan worden van sta-op stoel naar bijvoorbeeld een rolstoel (veel valgevaar), valt onder de Zvw. De Huishoudelijke Hulp wordt beëindigd/gewijzigd indien: De leefeenheid wijzigt; De cliënt verhuist; De cliënt is overleden. Als er op het moment van overlijden een partner inwoont, dan wordt de huishoudelijke hulp na 1 maand beëindigd. Indien deze partner de huishouding niet kan verzorgen, moet er binnen de 4 weken een nieuwe aanvraag worden gedaan; De cliënt wordt opgenomen in het ziekenhuis. Er wordt dan geen hulp geleverd omdat de cliënt dan niet in de woning verblijft. Als er op het moment van de indicatiestelling een partner inwoont die de huishouding niet kan verzorgen moet er een nieuwe aanvraag worden gedaan (als de duur van de opname langer duurt dan 4 weken); De cliënt of echtgenoot een Wlz indicatie krijgt. Aanvullend kan voor de partner nog een Wmo indicatie worden afgegeven voor huishoudelijke hulp. Mantelzorg Ook bij mantelzorgers kan er sprake zijn van problemen met een schoon en leefbaar huis. Dit kan voorkomen als de mantelzorger aantoonbaar niet toe komt aan een bijdrage tot een schoon en leefbaar huis van de verzorgde. Dat zou kunnen als gevolg van (dreigende) overbelasting. Om overbelasting van de mantelzorger te voorkomen bestaat er de mogelijkheid om tijdelijk (maximaal 3 maanden) Huishoudelijke Hulp in te zetten met als voorwaarde dat de mantelzorger in deze periode op zoek gaat naar een oplossing.

Rechtspraak bij dit artikel