Inleiding
Iedere Nederlandse burger dient zelf voor een eigen woning te zorgen. Met het begrip eigen woning wordt het hoofdverblijf van iemand bedoeld. Dit is de plaats waar een persoon daadwerkelijk de meeste nachten per jaar doorbrengt. De woning kan een gekochte woning zijn of een huurwoning, maar ook bijvoorbeeld een woonwagen met vaste standplaats. Woningen die niet geschikt en bedoeld zijn om het gehele jaar te bewonen (zoals vakantiewoningen zonder gedoogvergunning, hotels en pensions) en erkende instellingen of instellingen die gericht zijn op het verstrekken van zorg, vallen niet onder het begrip ‘eigen woning’.
Afwegingskader
Men moet normaal gebruik kunnen maken van de woning waarover men beschikt. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrek(ken), keuken, sanitaire ruimten, berging, terras of balkon. Afhankelijk van de woonfunctie en het daadwerkelijke gebruik (frequentie) kunnen er individuele maatwerkvoorzieningen worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning.
Wanneer een bewoner aangeeft dat de woning ongeschikt is om in te wonen, bespreekt het college allereerst met de cliënt of hij eigen mogelijkheden heeft om tot een oplossing te komen. Dat betekent dat een bewoner zelf moet onderzoeken of er mogelijkheden zijn tot bijvoorbeeld verhuizen naar een geschikte woning. Dit gesprek vindt ook plaats bij acute beperkingen waardoor de woning onverwachts ongeschikt is om in te wonen. Dus in hoeverre is de bewoner zelf in staat om, eventueel met behulp van zijn sociale netwerk, zelf zijn problemen op te lossen? Ook wordt de bewoner altijd gevraagd of hij de voorziening uit eigen middelen zou willen bekostigen.
Wettelijk voorliggende voorzieningen
In het gesprek wordt vervolgens gekeken of er wettelijk voorliggende voorzieningen zijn. Zo is de Wlz verantwoordelijk voor woningaanpassingen voor cliënten in een Wlz-instelling. Cliënten die een Wlz-indicatie hebben en deze in de thuissituatie verzilveren, komen wel in aanmerking voor voorzieningen en ondersteuning vanuit de Wmo.
Ook de zorgverzekering kan sommige hulpmiddelen of aanpassingen vergoeden.
Algemeen gebruikelijke voorzieningen
Veel voorzieningen komen niet meer voor vergoeding in aanmerking, omdat deze als algemeen gebruikelijk worden geacht. Dit zijn producten die in de reguliere handel verkrijgbaar zijn tegen een redelijke prijs en niet specifiek bedoeld zijn voor mensen met een beperking. Deze producten worden veelal aangeschaft vanwege gemak/comfort. Er vindt geen vergoeding plaats wanneer iemand deze voorziening aan moet schaffen vanwege beperkingen. Het gaat bijvoorbeeld om een verhoogd toilet, thermostaatkraan of een oplaadpunt ten behoeve van een elektrisch vervoermiddel.
Bij het ouder worden, is het soms nodig om aanpassingen aan de woning te doen. Van mensen wordt verwacht dat zij hierop anticiperen en hiervoor geld reserveren. Er zijn voorzieningen waarvan voorzienbaar is dat deze ooit nodig zullen zijn, en waarvoor men zo veel mogelijk zelf dient te zorgen. Ook worden geen algemeen gebruikelijke aanpassingen aan woningen verstrekt indien de belemmeringen te verwachten waren of te voorspellen zouden zijn, bijvoorbeeld bij een progressief ziektebeeld. Voorbeelden van deze algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn eenvoudige douchestoelen, wandbeugels en verwijderen van een bad of douchecabine en het realiseren van een douche zonder instap.
Verhuizing
Verhuizen kan, na een zorgvuldige afweging door het college, als algemeen gebruikelijk worden geacht voor senioren of personen met een chronisch progressief ziektebeeld. Indien men er dan voor kiest niet te verhuizen, zijn de kosten die voortvloeien uit die keuze voor eigen rekening.
De kosten voor een verhuizing worden als algemeen gebruikelijk geacht. Bij bijvoorbeeld senioren of personen met een chronisch of zelfs progressief ziektebeeld wordt verwacht dat zij anticiperen op de toekomst en hiervoor sparen.
Afweging verhuizen of niet
Is het college van mening dat de cliënt in aanmerking komt voor een individuele maatwerkvoorziening, dan wordt er een afweging gemaakt tussen verhuizen of het aanpassen van de huidige woning. Zijn de kosten van de woningaanpassing lager dan de vergoeding die staat voor verhuizen en herinrichting, dan blijft deze afweging achterwege. De volgende punten worden meegenomen in de afweging om te verhuizen danwel de bestaande woning aan te passen:
Medische redenen om niet te kunnen verhuizen
Beschikbaarheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woonruimte
Gevolgen voor de sociale participatie en maatschappelijke activering
Vermogensverlies op de woning
Gevolgen voor een evt. bedrijf aan huis
Integrale afweging van verstrekkingen Wmo-voorzieningen
Woonlasten en draagkracht
Mogelijkheden van een herbruikbare losse woonunit en een aanbouw.
Mogelijkheid van een inpandige aanpassing
De uitwerking van deze punten rondom verhuizing vindt plaats in een aparte werkinstructie.
Bij de keuze van een nieuw te betrekken woning wordt verwacht dat men zo veel mogelijk rekening houdt met de eigen bestaande of bekende komende beperkingen. De kosten voor woningaanpassing in verband met deze beperkingen komen voor eigen rekening.
Algemene voorzieningen
Wanneer een pool van roerende woonvoorzieningen in de nabije omgeving beschikbaar is, dan wordt hiernaar verwezen. Een voorbeeld hiervan is een verrijdbare tillift in een seniorencomplex, die voor meerdere bewoners beschikbaar is.
Het college streeft ernaar zoveel mogelijk algemene voorzieningen op te zetten. Indien in de nabijheid van de cliënt nog geen algemene voorziening beschikbaar is, wordt onderzocht of deze gecreëerd kan worden. Indien het opzetten van een algemene voorziening binnen redelijke termijn gerealiseerd kan worden, en deze voorziening is passend voor de cliënt, wordt geen individuele voorziening verstrekt.
Individuele maatwerkvoorzieningen
Een cliënt komt alleen voor een individuele maatwerkvoorziening op het terrein van wonen in aanmerking als:
de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was, en
de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt.
Onderzoek
Als er noodzaak bestaat voor een woonvoorziening, dan wordt door het college hiervoor een programma van eisen opgesteld. De consulent die de aanvraag in behandeling heeft, beoordeelt of er een bouwkundig- en kostenadvies ingewonnen moet worden bij een daartoe onafhankelijk bouwkundig calculatiebureau. Indien hij dit niet noodzakelijk acht, stelt het college zelf een programma van eisen op en maakt een inschatting van de kosten van de maatwerk-aanpassingen. Indien nodig worden er offertes opgevraagd.
Maatwerk bij wonen bestaat uit:
Losse woonvoorzieningen of hulpmiddel (bijv. verrijdbare douchestoel, tillift): pgb of in natura
Woningaanpassing, veelal in vorm pgb, eventueel in natura (kleine aanpassingen)
Verhuiskosten en (her)inrichtingskosten: in de vorm van pgb
Woningsanering: in vorm van pgb
Bezoekbaar maken van een woning: in vorm van pgb
Ad 1. Kosten losse woonvoorzieningen
Er is een standaardlijst van kleine woningaanpassingen beschikbaar. Deze lijst met normbedragen voor de standaardaanpassingen wordt jaarlijks door de gemeente vastgesteld met behulp van een onafhankelijk bouwkundig calculatiebureau. Indien noodzakelijk, worden ook andere goederen dan die op deze lijst toegekend. Indien noodzakelijk kan aan de verhuurder van huurwoningen conform de standaardlijst een tegemoetkoming in toezichts- en administratiekosten betaald worden;
Voor overige losse woonvoorzieningen wordt gebruik gemaakt van de prijslijst van de gecontracteerde aanbieder die deze voorzieningen levert, zoals verrijdbare douchestoelen.
Ad 2: Woningaanpassing
Is het college van mening dat de cliënt in aanmerking komt voor een individuele maatwerkvoorziening voor wonen, dan maakt het college een inschatting van de kosten van de woningaanpassing, zijnde een aard- of nagelvaste aanpassing. Hierbij geldt dat de kosten voor vloerbedekking worden gebaseerd op de kosten van vinyl;
Wanneer de totale kosten van de woningaanpassing hoger zijn dan het bedrag dat het college beschikbaar stelt voor verhuis- en herinrichtingskosten, wordt onderzocht of het resultaat: wonen in een geschikt huis, ook te bereiken is via een verhuizing. Is dat het geval, wordt onderzocht of er een contra-indicatie tegen verhuizen bestaat. Een zorgvuldige afweging van alle argumenten wordt aan dit besluit ten grondslag gelegd.
De kosten voor woningaanpassing worden veelal in de vorm van een pgb beschikt. Hierbij zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
de hoogte van een pgb voor een bouwkundige of technische woonvoorziening voor het geschikt maken van de woning van de aanvrager bedraagt 100% van het bedrag zoals dat is vastgesteld is met behulp van een bouwkundig calculatiebureau of zoals vermeld in de door de gemeente geaccepteerde offerte;
aan door de gemeente aangewezen personen wordt door de eigenaar of huurder toegang verleend tot de woonruimte waar de woningaanpassing wordt aangebracht;
aan door de gemeente aangewezen personen wordt gelegenheid geboden tot het controleren van de woningaanpassing;
terstond na de voltooiing van de in dit artikel bedoelde werkzaamheden, doch uiterlijk binnen 12 maanden na het toekennen van het pgb, verklaart de gerechtigde aan het college dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid conform het programma van eisen;
op het moment dat de werkzaamheden gereed zijn wordt het pgb vastgesteld en uitbetaald.
Ad 4 Woningsanering
Men kan in aanmerking komen voor een individuele maatwerkvoorziening voor woningsanering waar dit als gevolg van allergie, astma of chronische bronchitis (COPD) noodzakelijk is. Dit is slechts mogelijk als een duidelijke diagnose is gesteld door de huisarts of de longarts en er op basis daarvan een medische noodzaak is voor saneringsmaatregelen. Het gaat bij woningsanering vaak om vervanging van stoffen vloerbedekking en gordijnen in het slaapvertrek. De woonkamer kan ook worden gesaneerd als de voorziening bedoeld is voor een aanvrager jonger dan vier jaar.
In de regel kan een individuele maatwerkvoorziening voor woningsanering worden verstrekt als:
de aanvrager bij de aanschaf niet van tevoren had kunnen weten dat de COPD-klachten zouden ontstaan of verergeren;
vervanging van het artikel medisch gezien op zeer korte termijn noodzakelijk is.
Geen individuele maatwerkvoorziening hoeft verstrekt te worden als:
het treffen van een voorziening niet tot verbetering van de situatie van de cliënt leidt;
de cliënt bij aanschaf van het artikel redelijkerwijs had kunnen weten dat hij overgevoelig op bepaalde stoffen reageert;
De uitwerking van deze punten vindt plaats in een aparte werkinstructie.
Ad 5 Bezoekbaar maken van de woning
Bij toekenning van een pgb voor het bezoekbaar maken van een woning of woonruimte zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft in een WLZ-instelling. De aanvraag wordt ingediend in de gemeente waar de aan te passen woning staat;
de aanvrager deze woning regelmatig bezoekt en bijdraagt aan diens participatie;
maximaal één woonruimte wordt bezoekbaar gemaakt voor wat betreft de toegang van de woning, de woonkamer en een toiletvoorziening kan bereiken en gebruiken.
Het maximumbedrag dat wordt verstrekt bij het bezoekbaar maken van één woning voor een bewoner met Wlz-indicatie (voor zwaardere en langdurige zorg geldt de Wet langdurige zorg. Bewoners met een Wlz-indicatie verblijven in een instelling en hebben hun indicatie voor langdurig verblijf verzilverd) staat in de verordening Wmo en Jeugdhulp.
Mantelzorg en mantelzorgerunit
Wanneer er een vraag is om een extra grote woning of een mantelzorgunit op het erf om mantelzorgtaken op zich te kunnen nemen, dan dient men hier zelf voor te zorgen. Het college kan wel advies en ondersteuning bieden bij het verkrijgen van de benodigde vergunningen.
De onderbouwing hiervoor is dat de uitgaven die de zorgbehoeftige en de verzorgde(n) had(den) voor de situatie van de mantelzorg in de mantelzorgunit, aan het wonen in deze woning besteed kunnen worden. Daarbij kan gedacht worden aan huur, kosten nutsvoorzieningen, verzekeringen enz. Met die middelen zou een mantelzorgwoning gehuurd kunnen worden. Ook zouden deze middelen besteed kunnen worden aan een lening of hypotheek om een mantelzorgwoning (deels) te betalen.
Deel B:
Artikel 11