Inleiding
In de Wmo staat dat de gemeente individuele maatwerkvoorzieningen moet organiseren voor het noodzakelijke vervoer ten behoeve van de participatie van inwoners.
Afwegingskader
Om voor een individuele maatwerkvoorziening in aanmerking te komen, worden eerst alle mogelijke alternatieven beoordeeld. Dit betekent dat eerst eigen kracht, wettelijk voorliggende voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen en algemene voorzieningen beoordeeld worden.
In algemene zin geldt het volgende:
Uitsluitend meerkosten in de kosten van vervoer komen voor compensatie in aanmerking. Deze meerkosten moeten eenvoudig vast te stellen zijn.
Gebruik maken van de mogelijkheid zich te laten behandelen is voorliggend op compensatie vanuit de Wmo.
Het is mogelijk een (rolstoel)auto te huren voor incidenteel gebruik.
Indien cliënt een beroep kan doen op zijn sociale netwerk is dit voorliggend op het verstrekken van een individuele maatwerkvoorziening.
Indien cliënt een beroep kan doen op ondersteuning van vrijwilligers is dit voorliggend op het verstrekken van een individuele maatwerkvoorziening.
Wettelijk voorliggende voorzieningen
Wanneer een cliënt aanspraak kan maken op een voorziening op grond van een andere wet, hoeft de gemeente geen individuele maatwerkvoorziening te verstrekken. Het uitgangspunt is dan namelijk dat de betrokkene op eigen kracht het probleem op kan lossen, namelijk door zijn aanspraak op grond van de andere wet tot gelding te brengen.
Wettelijke voorliggende voorzieningen zijn:
Een vervoersvoorziening op grond van de WIA;
Vervoer naar dagbehandeling 18+/volwassenen
Thuiswonenden met een Wlz indicatie, kunnen het vervoer naar dagbesteding of dagbehandeling vergoed krijgen vanuit hun zorgprofiel;
Thuiswonenden zonder Wlz indicatie die in het kader van dagbehandeling vervoer nodig hebben, kunnen een beroep doen op de Subsidieregeling extramurale behandeling.
Voor medisch vervoer geldt de zorgverzekeringswet (artikel 2.14 Besluit Zorgverzekering);
Voor maatschappelijke participatie van mensen met een Wlz indicatie geldt het volgende:
Het college is (in ieder geval tot 1-1-2019) verantwoordelijk voor het verstrekken van Wmo-voorzieningen aan Wlz-gerechtigden die verblijven in een Wlz-instelling, maar daar geen behandeling afnemen;
Een mobiliteitshulpmiddel als een scootmobiel valt onder de Wlz indien de cliënt verblijft in een Wlz-instelling en in deze Wlz-instelling daadwerkelijk behandeling ontvangt. Wel blijft het college voor bewoners van Wlz-instellingen waar behandeling wordt geboden verantwoordelijk voor het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer;
Het college is verantwoordelijk voor sociaal vervoer voor mensen met een Wlz-indicatie die thuis wonen met een Volledig Pakket Thuis of een Modulair Pakket Thuis. Vervoer van en naar dagbesteding valt wel onder de Wlz.
Voordat een individuele maatwerkvoorziening wordt ingezet, wordt gekeken of er gebruik kan worden gemaakt van:
Het openbaar vervoer, wanneer een cliënt het openbaar vervoer kan bereiken en gebruiken;
Het vrij toegankelijk collectief vraagafhankelijk aanvullend OV indien de vervoersbehoefte van cliënt minimaal is;
Valys voor vervoer naar bestemmingen verder dan 25 kilometer van het woonadres;
Een OV-begeleiderskaart;
Een scootmobielpool indien de vervoersbehoefte klein is.
Daarnaast worden de volgende zaken binnen het vervoer als algemeen gebruikelijk aangemerkt:
Auto (bij 1,5 x modaal inkomen);
Fiets / ligfiets;
Fiets met trapondersteuning vanaf 12 jaar;
Fiets met lage instap;
Scooter, brommer, snorfiets ;
Tandem;
Tandem met trapondersteuning;
Bakfiets;
Oplaadpunt auto.
Hier kan overigens ook geen bijzondere bijstand voor worden aangevraagd.
Individuele en collectieve maatwerkvoorzieningen
De gemeente kan een indicatie voor een vervoersvoorziening verstrekken wanneer iemand door beperkingen niet in staat is het openbaar vervoer te bereiken en/of te gebruiken (Hierin dus meenemen hoe ver de bushalte van het huisadres is. Kan de persoon naar de bushalte lopen of is dit te ver?) of middels een algemeen gebruikelijke voorziening zich te verplaatsen. Dit zorgt voor problemen in de participatie. In dat geval wordt gezocht naar een zo licht mogelijke passende en redelijke voorziening.
In de gemeente Epe zijn o.a. de volgende vervoersvoorzieningen, van licht naar zwaar:
ZIN: Collectief vraagafhankelijk vervoer;
ZIN: Collectief route gebonden vervoer;
PGB: Vergoeding aanpassing eigen auto tbv rolstoel ;
PGB: Vergoeding van vervoer per eigen auto;
PGB: Individueel taxivervoer/vervoer door derden;
ZIN/PGB: Fietsen voor mensen met een beperking (bijv. driewielfiets);
ZIN/PGB: Scootmobiel (10 km p/u);
ZIN/PGB: Aankoppelbare handbike;
ZIN/PGB Speciale voorzieningen voor kinderen.
Om het vervoer mogelijk te maken, worden ook weer andere voorzieningen verstrekt, zoals:
ZIN: onderhoud en reparatie (via gecontracteerde leverancier);
ZIN: verzekeringen (via gecontracteerde leverancier).
Toegang
De gemeente Epe bepaalt of iemand in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening. Is de noodzaak vastgesteld, dan wordt bepaald welke voorziening het best passend is, in volgorde van licht naar zwaar. Tot slot wordt de duur van de voorziening bepaald: voor bepaalde of voor onbepaalde tijd (bijv als gevolg van ouderdomsklachten).
Eigen bijdrage
Voor alle vervoersvoorzieningen is een eigen bijdrage vereist, en deze wordt geïnd via het CAK. Bij voorzieningen voor kinderen onder de 18 jaar geldt geen eigen bijdrage.
Voor het collectief vraagafhankelijke vervoer geldt een ritbijdrage die via de vervoersorganisatie geïnd wordt.
WA verzekering
Bij aanschaf van een elektrisch verplaatsings- of vervoermiddel via pgb geldt de verplichting voor de cliënt om een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering (WA) af te sluiten voor de gebruiksperiode van het hulpmiddel. Bij gebruikmaking langer dan de termijn, waarvoor het persoonsgebonden budget is toegekend, dient het onderhouds- en servicecontract, en de eventuele WA-verzekering voor de verplaatsings- of vervoersvoorziening, te worden verlengd met de feitelijke gebruiksperiode van de voorziening. De hulpmiddelen, die met pgb worden aangeschaft, dienen van voldoende kwaliteit te zijn.
Collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV)
Het CVV wordt georganiseerd door PlusOV. CVV is bedoeld voor lokaal vervoer in een straal van 20 km rondom de woning (laag tarief) tot een maximum van 40 km (hoog tarief). Buiten deze straal is er sprake van sociaal-recreatief vervoer, en dit wordt geregeld via Valys. Bij het CVV is het Vervoersreglement leidend. Hierin staat ook de ritbijdrage. Deze wordt regionaal vastgesteld en wordt ook beschreven in het financieel besluit.
Gemeentelijke keuzes rondom het CVV worden gemaakt t.a.v. de toegang, maximaal aantal kilometers (in de gemeente Epe niet gemaximeerd), puntbestemmingen en bijdrage sociale begeleiding.
Puntbestemming in het CVV
Een puntbestemming is een bestemming die buiten de 20 km valt van de woning van de klant. Mensen met een beschikking voor CVV kunnen hier tegen het lage tarief naar toe reizen. De keuze voor de puntbestemmingen is gemaakt aan de hand van de volgende afwegingen:
De puntbestemming wordt door meerdere mensen uit de gemeente Epe bezocht en;
Het betreft een locatie waar mensen heengaan in verband met een bezoek aan een ziekenhuis of omdat deze bestemming voor de participatie van groot belang is (bijv. centrum of station).
In bijlage 3 worden de puntbestemmingen genoemd. Individuele puntbestemmingen zijn niet mogelijk.
Begeleiding in het CVV
Wanneer iemand met een beschikking voor CVV niet alleen kan reizen, dient de medische of sociale noodzaak van begeleiding vastgesteld te worden. Dit wordt altijd gedaan door een medisch onafhankelijk advies behalve als er geen enkele twijfel is over de noodzaak.
Noodzaak tot medische begeleiding: Er is sprake van een zodanige beperking waardoor de persoon niet alleen kan reizen in het voertuig van het collectief vervoer. De kans op noodzakelijk medisch ingrijpen tijdens de rit is reëel aanwezig. De persoon moet zich daarom tijdens iedere rit met het collectief vervoer laten vergezellen door een medisch begeleider;
Noodzaak tot sociale begeleiding: Wanneer de persoon na een rit met het collectief vervoer door lichamelijke, verstandelijke of cognitieve beperkingen (of een combinatie daarvan) zich op de plaats van bestemming beslist niet zelfstandig kan redden en er op de plaats van bestemming geen ondersteuning aanwezig is. Het is niet verplicht dat er met iedere collectief vervoer rit een sociale begeleider mee reist, bijvoorbeeld als er sprake is van een routinematige rit, die de pashouder zelfstandig kan uitvoeren.
De sociaal en medisch begeleider reizen gratis mee.
Collectief route gebonden vervoer
Vervoer van en naar de dagbesteding wordt georganiseerd door PlusOV. Wanneer een cliënt buiten de gemeente Epe begeleiding wil ontvangen, dan is de cliënt zelf verantwoordelijk om het vervoer van en naar deze locatie te regelen. In uitzonderingsgevallen wordt het vervoer ook naar een locatie buiten de gemeente Epe geregeld: wanneer er bijv. sprake is dat deze zorg en begeleiding niet binnen de gemeente Epe wordt aangeboden en hiervoor wel een (medische) noodzaak is.
Vergoeding aanpassing eigen auto tbv rolstoel
Aanpassingen aan de auto of bestelbus worden uitsluitend in de vorm van een pgb verstrekt, wanneer het collectief vervoer geen adequate oplossing is. De aanpassingen zijn bedoeld om een privé auto/bestelbus geschikt te maken voor een rolstoelgebruiker. Voorwaarde is dat de auto/bestelbus naar verwachting nog minimaal 10 jaar gebruikt kan worden en maximaal 3 jaar oud is.
Gebruikelijke aanpassingen zijn:
Aluminium oprijplaat;
Bekleding interieur (goedkoopst adequaat);
Indien noodzakelijk hemelbekleding;
Vloer geschikt maken voor rolstoelgebruik;
Rolstoelvergrendeling;
Afhankelijk van gezinssituatie 1 of 2 geschikte zitvoorzieningen achter (standaard of indien nodig versmalde zitstoelen).
Indien andere aanpassingen noodzakelijk zijn, moet duidelijk gemotiveerd worden dat dit noodzakelijk is ten behoeve van het plaatsen van de rolstoel in de auto/bestelbus.
Vergoeding van vervoer per eigen auto
Alleen mogelijk in de vorm van pgb.
Individueel taxivervoer/vervoer door derden
Alleen mogelijk in de vorm van pgb.
Fietsen voor mensen met een beperking (bijv. driewielfiets)
In de vorm van ZIN of pgb.
Scootmobiel
In de vorm van ZIN of pgb. Bij Zin wordt de scootmobiel in bruikleen verstrekt en betaalt met een eigen bijdrage als tegemoetkoming in de afschrijving. Pgb-verstrekking is ook mogelijk. Richtlijnen voor toekennen van een scootmobiel zijn:
Langdurig nodig voor de participatie in naaste omgeving;
Persoon kan maar kleine stukken aaneengesloten lopen én;
Kan geen gebruik maken van een aangepaste of elektrische fiets, brommer of scooter;
De scootmobiel is regelmatig nodig voor vervoer in de buurt;
Indien noodzakelijk wordt ook een stalling met oplaadpunt in bruikleen verstrekt.
Aankoppelbare handbike
In de vorm van ZIN of pgb. Voorwaarde is dat er een adequate rolstoel beschikbaar is, en dat het de goedkoopst adequate voorziening betreft. Indien elektrische ondersteuning nodig is, dan is medisch advies noodzakelijk.
Speciale voorzieningen voor kinderen
In de vorm van ZIN of pgb. Dit is bijvoorbeeld een copilot, driewielfiets of side bij side fiets. Hier geldt geen eigen bijdrage, omdat deze voorziening ten behoeve van het kind is. Voorwaarde voor een voorziening is dat zelfstandig fietsen voor het kind niet mogelijk is en een gewone tandem, bakfiets of aankoppelbare fiets niet geschikt is voor het kind. Therapeutische voorzieningen zijn geen compensatiegebied van de Wmo.
Deel B:
Artikel 12