Het buiten invordering stellen of kwijtschelden van een vordering zoals bedoeld in de artikelen 49 tot en met 51 is in beginsel niet mogelijk indien:
niet is voldaan aan de gestelde voorwaarden;
de terugvordering van de uitkering het gevolg is van verwijtbaar gedrag van de belanghebbende, tenzij voldaan is aan een van de criteria genoemd in artikel 58, zevende lid, van de PW of artikel 25, zevende lid, van de IOAW en IOAZ in samenhang met artikel 49 tot en met 51 van deze beleidsregels;
de vordering wordt gedekt door pand of hypotheek op een goed of goederen, voor zover de vordering niet op die goederen verhaald kan worden;
de vordering een bestuurlijke boete betreft, tenzij voldaan wordt aan de criteria zoals bedoeld in artikel 62 van deze beleidsregels.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 2
Artikel 41.
Geen mogelijkheden tot buiten invordering stelling en kwijtschelding
Onderdeel van Tekstplaatsing van de Verzamelbeleidsregels 2018 Participatiewet, IOAW en Bbz, bekendgemaakt 28 december 2017, gmb 2017-233824