Naar hoofdinhoud
De betaaltermijn voor geldschulden als bedoeld in artikel 3, onder a, d, g en h, van deze verordening is: voor de fractievoorzittersvergoeding: maandelijks; voor vergoedingen waarvoor een declaratie wordt ingediend: binnen acht weken na ontvangst van de declaratie; voor overige vergoedingen: maandelijks; voor presentiegelden raadscommissie: twee keer per jaar, uitbetaald in juli en december. De betaaltermijn voor geldschulden als bedoeld in artikel 3, onder b en c, van deze verordening is binnen acht weken na datum indiensttreding en na ontvangst van de persoonsgegevens en vervolgens maandelijks. De betaaltermijn voor geldschulden als bedoeld in artikel 3, onder e, van deze verordening is: voor het salaris en de toelagen: maandelijks; voor vergoedingen waarvoor een declaratie wordt ingediend: binnen acht weken na ontvangst van de declaratie. De betaaltermijn voor geldschulden als bedoeld in artikel 3, onder f, van deze verordening is twee keer per jaar, uitbetaald in juli en januari. De betaaltermijn voor geldschulden als bedoeld in artikel 3, onder k, van deze verordening is binnen acht weken na het toekennen van de vergoeding. De betaaltermijn voor geldschulden als bedoeld in artikel 3, onder l, van deze verordening is twee keer per jaar, uitbetaald in juli en december.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel