In de volgende situaties ziet het bevoegd gezag af van het opleggen van herplantplicht:
door de kap wordt het natuurlijk evenwicht ter plaatse niet verstoord;
in de omgeving van de gekapte houtopstand is voldoende jonge aanplant aanwezig;
de omgevingsvergunning wordt verleend om zogenaamde groeibomen een kans te geven.
Als het bevoegd gezag een herplantplicht oplegt dan wordt standaard de maat 12-14 opgelegd. In bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag hiervan afwijken. Betreft het bijvoorbeeld de kap van een boom met beeldbepalende waarde dan kan een afwijkende maat worden opgelegd, afhankelijk van de situatie. Hetzelfde geldt voor een herplant die wordt opgelegd in het kader van een kap zonder vergunning, ook dan kan een afwijkende maat worden opgelegd.
Aan de herplantplicht wordt binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de opgelegde herplantplicht voldaan. Bij het niet slagen van de opgelegde herplantplicht, legt het bevoegd gezag opnieuw een herplantplicht op. Van de termijn kan het bevoegd gezag afwijken indien de kap bijvoorbeeld samenhangt met een bouwplan. In dat geval kan de termijn voor herplant bijvoorbeeld ingaan op de dag van de gereedmelding van de bouw.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4
Uitwerking herplantplicht of herplantvergoeding (artikel 4:11b APV)
Onderdeel van APV regeling Haaksbergen(7.2b)