Uitgangspunt is dat de gekozen rekenregel voor het ramen van de opdrachtwaarde er niet op gericht mag zijn de waarde van de opdracht onder een drempelbedrag te brengen. Dit betekent o.a. dat opdrachten niet gesplitst zullen worden om daarmee de waarde van de (deel)opdrachten onder een drempelbedrag te brengen. De belangrijkste splitsingsverboden zijn:
het verbod op organisatorisch splitsen van opdrachten;
het verbod op inhoudelijk splitsen van opdrachten;
het verbod op het in de tijd splitsen van opdrachten.
Ongeacht de aard van de opdracht geldt dat de opdrachtwaarde geraamd wordt exclusief BTW.
Opdrachten voor werken worden geraamd op basis van de volgende grondslag:
de waarde van het werk of de werken;
en
de geraamde totale waarde van de voor de uitvoering van die werken noodzakelijke leveringen en diensten die door de Gemeente ter beschikking van de Aannemer worden gesteld (zogenaamde directieleveringen).
Alle onderdelen en werkzaamheden die tot het werk behoren of die aan het werk kunnen worden toegerekend moeten bij elkaar worden opgeteld. Bij het bouwen van een bouwwerk moet dus ook de waarde van goederen (zoals bakstenen, machines) en diensten (ontwerpkosten) worden meegenomen bij het bepalen van de waarde van de werk.
Opdrachten voor leveringen worden geraamd op basis van de volgende grondslag:
bij opdrachten voor leveringen met een vaste looptijd: de totale geraamde waarde voor de gehele looptijd (inclusief eventuele opties in tijd en/of hoeveelheid);
of
bij overheidsopdrachten voor leveringen voor onbepaalde duur of waarvan de looptijd niet kan worden bepaald: het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met 48.
Bij het ramen van de opdrachtwaarde voor opdrachten voor diensten maakt de aanbestedingswet onderscheid tussen:
opdrachten voor diensten waarin een totale prijs is vermeld;
opdrachten voor diensten waarin geen totale prijs is vermeld;
Opdrachten voor diensten waarin een totale prijs is vermeld
De vooraf totale prijs of plafondbedrag inclusief eventueel genoemde optionele diensten.
Opdrachten voor diensten waarin geen totale prijs is vermeld
Bij opdrachten voor diensten waarin geen totale prijs is vermeld wordt nog een onderscheid gemaakt tussen opdrachten die:
een vaste looptijd hebben die gelijk of korter zijn dan 48 maanden;
en
voor onbepaalde duur zijn of een looptijd hebben die langer zijn dan 48 maanden.
In het eerste geval moet de waarde geraamd worden op de grondslag van de totale geraamde waarde voor de gehele looptijd (inclusief eventuele opties). In het tweede geval het maandelijks te betalen bedrag vermenigvuldigd met 48.
Bij een concessieovereenkomst voor een werk of een dienst moet bij het ramen van de opdrachtwaarde uitgegaan worden van de omzet (excl. BTW) die de concessiehouder op basis van de overeenkomst kan behalen gedurende de looptijd van de overeenkomst.
Hoofdstuk 3:
Artikel 3.3:
Raming opdrachtwaarde
Onderdeel van Inkoop- en aanbestedingsprotocol 2018 gemeente Steenwijkerland