Onder de grens voor Europees aanbesteden bestaan in principe geen wettelijk voorgeschreven procedures. Met andere woorden; de nationale aanbestedingswet kent geen ‘harde’ drempelbedragen onder de Europese drempels. Uitgangspunt is dat per aanbesteding bekeken wordt welke procedure het best passend en proportioneel is (zie ook paragraaf 3.1).
Drempelbedragen zijn echter wel een nuttig instrument om aan te geven welke procedure(s) in bepaalde situaties als meest gangbaar worden gezien en welke alternatieve procedures mogelijk zijn.
Naaste de wettelijk vastgesteld Europese drempelbedragen hanteert de Gemeente de volgende drempelbedragen:
Leveringen en diensten
Geraamde waarde
Meest gangbare procedure(s)
Alternatieve procedure(s)
Tot € 25.000
Enkelvoudige uitnodiging
Meervoudig onderhandse aanbesteding
€ 25.000 tot € 50.000
Meervoudig onderhandse aanbesteding
Enkelvoudige uitnodiging
€ 50.000 tot € 100.000
Meervoudig onderhandse aanbesteding
Geen
€ 100.000 tot actuele Europese drempel
Meervoudig onderhandse aanbesteding
Nationaal aanbesteden
Vanaf actuele Europese drempel
Europees aanbesteden3Voor de groep ‘sociale en andere specifieke diensten’ (de zogenaamde bijlage XIV diensten) geldt een afwijkend drempelbedrag en een verlicht aanbestedingsregime.
Geen
Werken
Geraamde waarde
Meest gangbare procedure(s)
Alternatieve procedure(s)
Tot € 50.000
Enkelvoudige uitnodiging
Meervoudig onderhandse aanbesteding
€ 50.000 tot € 150.000
Meervoudig onderhandse aanbesteding
Enkelvoudige uitnodiging
€ 150.000 tot € 1.500.000
Meervoudige onderhandse aanbesteding
Geen
€ 1.500.000 tot € 2.500.000
Nationaal aanbesteden
Meervoudig onderhands aanbesteden
€ 2.500.000 tot actuele Europese drempel
Nationaal aanbesteden
Geen
Vanaf actuele Europese drempel
Europees aanbesteden
Geen
Voorstellen om gebruik te maken van een alternatieve procedure zullen door budgethouder/projectleider middels een inkoopstartdocument voorgelegd worden aan de inkoop- en aanbestedingsadviseur. Een alternatieve procedure mag worden toegepast als budgethouder/projectleider en de inkoop- en aanbestedingsadviseur het eens zijn over de recht- en doelmatigheid van de voorgestelde werkwijze. Als beiden het niet eens worden over de te volgen procedure zal het startdocument met daarop de visie en het advies van de inkoop- en aanbestedingsadviseur ter besluitvorming voorgelegd worden aan de manager van de vakafdeling. Dit besluit zal worden vastgelegd op het inkoopstartdocument. Een volledig ingevuld en ondertekend inkoopstartdocument zal verstrekt worden aan de inkoop- en aanbestedingsadviseur.
Voorstellen om te kiezen voor een procedure die niet als meest gangbaar of alternatief genoemd is zullen ter besluitvorming aan het college van Burgemeester en Wethouders voorgelegd worden.
Let op: Een dergelijk collegevoorstel/-besluit komt nooit in de plaats van het inkoopstartdocument. Een volledig ingevuld en geparafeerd inkoopstartdocument moet als bijlage bij een collegevoorstel.
Hoofdstuk 3:
Artikel 3.4:
Meest gangbare procedure(s)
Onderdeel van Inkoop- en aanbestedingsprotocol 2018 gemeente Steenwijkerland