1. Het college kan, bij openbaar bekend te maken besluit, weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders. Het college kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in artikel 3, tweede lid.
2. Het college kan, bij openbaar bekend te maken besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren voor vergunninghouders is toegestaan.
3. Het college kan, d.m.v. het stellen van nadere regels a.b.i. art. 156 van de Gemeentewet, een doelverhouding en een vergunningen plafond vaststellen.
Voor bewonersvergunningen hanteren zij daarbij de volgende formule:
- Centrum: (aantal belanghebbendenplaatsen x 1,1)
- Venenlaankwartier/ Hoorn Noord: (aantal belanghebbendenplaatsen x 1,1)
- Grote Waal: (aantal belanghebbendenplaatsen x 1,1)
4. Het college kan, d.m.v. het stellen van nadere regels a.b.i. art. 156 van de Gemeentewet, een doelverhouding en een vergunningen plafond wijzigen als het aanbod van parkeerplaatsen met 5% of meer stijgt of daalt.
5. Het college kan, d.m.v. het stellen van nadere regels a.b.i. art. 156 van de Gemeentewet, nadere regels vastleggen voor het vergunningen plafond, wat het maximaal uit te geven aantal vergunningen per vergunninghouders gebied is of type vergunning.