Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Parkeerverordening 2018

1. a. Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen indien maximaal aantal vergunningen in een vergunninggebied niet is overschreven. b. Om de rangorde voor verlening van de vergunningen te kunnen toepassen op de aanvragen, stelt het college een beoordelingsdatum en ontvangstijdstip vast voor het indienen van de aanvragen. 2. Een vergunning kan worden verleend aan: a. de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, te noemen bewonersvergunning; - per woonadres binnen gebied "Centrum" wordt maximaal één bewonersvergunning verleend; - het aantal te verlenen bewonersvergunningen, wordt verminderd met het aantal bij de woning behorende of zich op het grondgebied van de woning bevindende dan wel op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins ter beschikking van de bewoner staande stallingsplaatsen, gelegen binnen het vergunninggebied waarin aanvrager woonachtig is; b. de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze een beroep of bedrijf uitoefent, terwijl het vestigingsadres ligt in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en aantoont dat het in het belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening, waarbij wordt gelet op de voorzienbaarheid, planbaarheid, samenvoegbaarheid van het autogebruik ten behoeve van het bedrijf alsmede de aard van de te vervoeren goederen (vers, vuil), noodzakelijk is in dat gebied een voertuig te parkeren, te noemen bedrijfsvergunning; - het aantal te verlenen bedrijfsvergunningen wordt verminderd met het aantal bij het bedrijf behorende of zich op het grondgebied van het bedrijf bevindende dan wel op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins ter beschikking van het bedrijf staande stallingsplaatsen, gelegen binnen het vergunninggebied waarin aanvrager gevestigd is; c. degene die woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van het parkeren van het motorvoertuig van degene die hem of haar bezoekt, te noemen parkeerkraskaart; - er worden per huisadres maximaal 100 Parkeerkraskaarten per kalenderjaar verstrekt; d. instellingen die voor de uitoefening van de functie of taak structureel van één of meer motorvoertuigen in de gehele gemeente gebruik maken, voor het parkeren op parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen, te noemen functionele vergunning; e. de eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate, waarvan de autodateplaats is gelegen in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, te noemen autodatevergunning; f. de eigenaar of houder van een motorvoertuig die alleen wil parkeren op het parkeerterrein Pelmolenpad, Vissereiland of de RAC-locatie, te noemen Langparkeervergunning; g. de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze in het bezit is van een op zijn of haar naam staand geldig abonnement van de Nederlandse Spoorwegen die wil parkeren op het Transferium Hoorn of het Pelmolenpad, te noemen Transferiumvergunning; - de locatiemanager van Verpleeghuis Lindendael kan maximaal 50 parkeervergunningen aanschaffen; h. de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze als werknemer werkzaam is bij een bedrijf gevestigd in het gebied “Venenlaankwartier/Hoorn-noord” of “Grote Waal” waar belanghebbendenplaatsen aanwezig zijn en die wil parkeren op de in het betreffende gebied aanwezige belanghebbendenplaatsen, te noemen werknemersvergunning; i. de eigenaar of houder van een motorvoertuig die wil parkeren op het parkeerterrein ten noorden van kunstijsbaan De Westfries, te noemen De Westfries vergunning; j. de eigenaar of houder van een motorvoertuig wanneer deze woont in gebied “Centrum” en wil parkeren op parkeerterrein Pelmolenpad, Transferium, Vissereiland of de RAC-locatie, te noemen Langparkeervergunning bewoners; - per woonadres binnen gebied "Centrum" wordt maximaal één Langparkeervergunning bewoners verleend; - indien op het desbetreffende woonadres twee bewonersvergunningen vigerend zijn wordt geen Langparkeervergunning bewoners verleend; - indien op het desbetreffende woonadres een bewonersvergunning vigerend is en de aanvrager daarnaast de beschikking heeft over een bij de woning behorende of zich op het grondgebied van de woning bevindende dan wel op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins ter beschikking van de bewoner staande stallingsplaatsen, gelegen binnen het vergunninggebied waarin aanvrager woonachtig is, wordt geen Langparkeervergunning bewoners verleend; k. de eigenaar of houder van een motorvoertuig ten aanzien waarvan het bepaalde in de onderdelen a tot en met g geen toepassing kan vinden en die tijdelijk een motorvoertuig moet parkeren op parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen en waarvoor parkeren na inworp van geld bij meters en automaten dan wel op parkeerplaatsen met een parkeerduurbeperking geen redelijk alternatief is, te noemen incidentele vergunning. 3. De eigenaar of houder van een motorvoertuig die voldoet aan zowel de onder a. als onder b. van het tweede lid gestelde voorwaarden wordt geacht te beantwoorden aan de onder a. genoemde voorwaarde. 4. Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de in het tweede lid genoemde voorwaarden. 5. Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. 6. Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. 7. Het college weigert een vergunning op een aanvraag door een eigenaar of houder indien deze woont in een door het college aangewezen gebied waarbinnen gronden zijn uitgezonderd van het recht op een vergunning in het kader van de toepassing van een plafondbeleid (maximale uitgifte van het aantal vergunningen).

Rechtspraak bij dit artikel