Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11

regels voor de bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen

Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE BUNNIK 2018

Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd: voor gebruik van collectief vervoer, zoals regiotaxi, die bestaat uit de reguliere reizigersbijdrage per enkele reis voor maximaal 5 zones per rit tot een maximum van 778 zones per jaar geldt een korting op het tarief tot aan een reizigersbijdrage gelijk aan het geldende tarief van het reguliere openbaar vervoer voor degenen die niet in staat zijn om gebruik te maken van het openbaar vervoer voor het gebruik van een algemene voorziening, zoals bedoeld in artikel 2.1.4 van de Wmo; voor een maatwerkvoorziening niet zijnde cliëntondersteuning; voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, overeenkomstig het Besluit maatschappelijke ondersteuning, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn eventuele echtgenoot. De bijdrage, dan wel het totaal van de bijdragen is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo een lagere bijdrage is verschuldigd De kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb Voor personen behorend tot een nader door het college te bepalen groep, kan het college een korting op de bijdrage voor een algemene voorziening vaststellen. In de gevallen bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel