Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 12

Persoonsgebonden budget voor voorzieningen Wmo 2015

Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE BUNNIK 2018

De hoogte van een pgb: wordt bepaald aan de hand van een door de cliënt opgesteld pgb-plan over hoe hij het pgb aan de overeengekomen maatwerkvoorziening gaat besteden; is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura. Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de voorziening technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Als de naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering. De hoogte van een pgb voor: huishoudelijke hulp door een: niet daartoe opgeleid persoon wordt bepaald op 60% van het gemiddelde uurtarief voor zorg in natura; thuiszorgorganisatie die de cao VVT hanteert wordt bepaald op 90% van het gemiddelde uurtarief voor zorg in natura; zelfstandige zonder personeel (zzp-er) of een schoonmaakbedrijf dat de cao Schoonmaak hanteert wordt bepaald op 80% van het gemiddelde uurtarief voor zorg in natura; begeleiding/kortdurend verblijf door een: niet daartoe opgeleid persoon wordt bepaald op 60% van het gemiddelde uurtarief voor zorg in natura; organisatie met een AGB-code met erkenning Wmo bedraagt 90% van het tarief voor zorg in natura; organisatie zonder AGB-code met erkenning Wmo bedraagt 80% van het tarief voor zorg in natura; zelfstandige zonder personeel (zzp-er) met AGB-code met erkenning Wmo bedraagt 80% van het tarief voor zorg in natura. Onverminderd artikel 2.3.6. tweede en vijfde lid, van de Wmo verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel