Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Slecht levensgedrag

Onderdeel van Beleidsregels horecasanctiebeleid Bloemendaal 2018

Van een exploitant/leidinggevende wordt verwacht dat deze niet in enig opzicht van slecht levens-gedrag is, zoals in artikel 8 van de DHW is bepaald. Hij/zij dient te voldoen aan de eisen zoals gesteld in het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet. Ook verwacht de gemeente dat de exploitant gekwalificeerd personeel aanstelt en de leiding over zijn/haar horecabedrijf in handen geeft van personen aan wie deze leiding kan worden toevertrouwd. Wanneer wordt geconstateerd dat de exploitant of zijn/haar leidinggevende(n) in enig opzicht van slecht levensgedrag is/zijn, bijvoorbeeld op basis van betrokkenheid bij georganiseerde en ondermijnende criminaliteit, is dit reden om de exploitatievergunning in te trekken dan wel te wijzigen door de leidinggevende hier-van te verwijderen. Elke constatering m.b.t. exploitant Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester Besluit tot intrekken drank- en horecavergunning o.b.v. artikel 31 DHW en exploitatievergunning Elke constatering m.b.t. leidinggevenden Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester Waarschuwing tot intrekken D&H vergunning/exploitatie-vergunning naar exploitant. Betrokken leidinggevende dient onmiddellijk van de D&H vergunning(aanhangsel) te worden verwijderd Elke volgende constatering m.b.t. leidinggevende binnen drie jaar Besluit tot intrekken exploitatievergunning

Rechtspraak bij dit artikel