Een exploitant/leidinggevende in een horecabedrijf moet en van goed levensgedrag zijn en beschikken over kennis en inzicht over sociale hygiëne. De leidinggevende heeft een bijzondere verantwoordelijkheid om te zorgen dat de alcoholverstrekking op verantwoorde wijze plaatsvindt en moet bezoekers van het horecabedrijf kunnen aanspreken op hun gedrag. Daarom is het niet acceptabel als een exploitant/leidinggevende onder invloed van alcohol of psychotrope stoffen verkeert.
In artikel 20 lid 6 van de DHW is dan ook bepaald dat het verboden is om in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen dienst te doen in een horecalokaliteit.
1e constatering
Andere leidinggevende moet de ‘leiding’ overnemen; indien geen andere leidinggevende aanwezig is dan moet het bedrijf direct sluiten; Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Vervroegde sluiting voor drie dagen op een vrijdag, zaterdag en zondag. Horeca gelegenheid dient om 21.00 uur gesloten te zijn.
2e constatering
Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Intrekken drank- en horecavergunning voor één maand
3e constatering
Proces-verbaal/rapportage naar burgemeester
Intrekken drank- en horecavergunning
Wanneer de betreffende leidinggevende niet tevens exploitant/vergunninghouder is, kan de exploitant/vergunninghouder verzoeken om de betreffende leidinggevende van het aanhangsel bij de drank- en horecavergunning te verwijderen. Deze leidinggevende mag dan niet langer werkzaam zijn als leidinggevende bij dit horecabedrijf.
In dat geval zal de burgemeester afzien van het intrekken van de vergunning.
Wanneer voor de derde maal wordt geconstateerd dat een leidinggevende/exploitant kennelijk onder invloed van alcohol of psychotrope stoffen verkeert terwijl hij/zij dienst doet in het horecabedrijf, besluit de burgemeester tot het intrekken van de drank- en horecawetvergunning voor onbepaalde tijd op grond van artikel 31 lid 2 van de DHW. Op grond van artikel 25 lid 1 van de DHW betekent dit dat er in de voor het publiek toegankelijke ruimte geen alcoholhoudende drank meer aanwezig mag zijn (anders dan zwak-alcoholhoudende dranken in gesloten verpakking bestemd voor de verkoop aan particulieren voor gebruik elders dan ter plaatse).
Artikel 3.
Exploitant/leidinggevende verkeert onder invloed van alcohol of psychotrope stoffen
Onderdeel van Beleidsregels horecasanctiebeleid Bloemendaal 2018