Naar hoofdinhoud
1.. In geval van een onmiddellijk of dreigend watertekort wordt, met het oog op de verdeling van het beschikbare water vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek, bij het beheer van de regionale wateren wat betreft de in artikel 2.1, eerste lid onder 3˚, van het Waterbesluit bedoelde behoeften, voor de regionale wateren achtereenvolgens prioriteit toegekend aan: het verwerken van industrieel proceswater; de tijdelijke beregening van kapitaalintensieve gewassen. 2.. In geval van een onmiddellijk of dreigend watertekort wordt, met het oog op de verdeling van het beschikbare water vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal en de Lek, bij het beheer van de regionale wateren wat betreft de in artikel 2.1, eerste lid onder 4˚, van het Waterbesluit bedoelde behoeften, voor de regionale wateren achtereenvolgens prioriteit toegekend aan: de waterkwaliteit in stedelijk gebied; beroepsvaart; akkerbouw; beregening sportvelden; grasland; recreatievaart; natuur, voor zover het niet gaat om het voorkomen van onomkeerbare schade. 3.. In geval van waterbehoeften van buiten het gebied van het waterschap, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel