**1..** Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt voor het gebied van een gemeente binnen de bebouwde kom dat in een ruimtelijk plan is bestemd voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen, als norm een gemiddelde overstromingskans van 1/100 per jaar en voor het overige gebied als norm een gemiddelde overstromingskans van 1/10 per jaar.
**2..** Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop de regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt voor het gebied van een gemeente buiten de bebouwde kom, als norm een gemiddelde overstromingskans van:
1/100 per jaar voor bebouwing;
1/50 per jaar voor glastuinbouw en hoogwaardige land- en tuinbouw;
1/25 per jaar voor akkerbouw;
1/10 per jaar voor grasland, gedurende de periode van 1 maart tot 1 oktober.
**3..** Wat betreft het gebied, bedoeld in het tweede lid, geldt geen norm voor:
gebieden die zijn aangeduid als Natuurnetwerk gerealiseerd op de voortgangskaart realisatie Natuurnetwerk die jaarlijks in het Meerjarenprogramma Groen Noord-Holland wordt vastgesteld;
gebieden die zijn aangewezen als natuurgebied en als zodanig zijn opgenomen in Kaartbijlage 1 Begrenzing van natuurgebieden, behorende bij het Natuurbeheerplan 2016 provincie Utrecht;
gebieden die zijn aangewezen als natuurgebied, waarbij voor de bepaling van het landgebruik natuur gebruik gemaakt wordt van de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland dan wel van de Ecologische Hoofdstructuur, zoals in de laatst vastgestelde provinciale Verordening Ruimte Zuid-Holland is vastgelegd, voor zover die begrensde gebieden bestaan uit vanouds bestaande natuur of uit reeds gerealiseerde nieuwe natuur.
**4..** Voor de toepassing van het tweede lid is wat betreft het landgebruik de situatie bepalend zoals vastgelegd in het Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland versie 7 van Wageningen Universiteit en Researchcentrum.
**5..** Gedeputeerde staten kunnen nadere voorschriften stellen aangaande de toepassing van het eerste, tweede, derde en vierde lid.
**6..** Gedeputeerde staten stellen, na overleg met het dagelijks bestuur, een leidraad vast voor de door het dagelijks bestuur te verrichten beoordeling van de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren.
**7..** Bij de beoordeling of een gebied voldoet aan de norm, kan een gedeelte van de oppervlakte van het gebied overeenkomstig de percentages genoemd in bijlage 3 behorende bij deze verordening, buiten beschouwing worden gelaten.
**8..** Uiterlijk 31 december 2027 voldoet de inrichting van de regionale wateren aan de in het eerste en tweede lid opgenomen normen.
Hoofdstuk 2 › Titel 2.2
Artikel 2.4