Naar hoofdinhoud
1. Het toezicht op het waterschap wordt uitgeoefend door gedeputeerde staten van Noord- Holland en van Utrecht gezamenlijk, tenzij anders bepaald. 2. Gedeputeerde staten van Noord-Holland en van Utrecht bepalen in onderling overleg op welke wijze de voorbereiding en besluitvorming zal plaatsvinden over hetgeen ter zake van het gemeenschappelijk toezicht moet worden beslist.

Rechtspraak bij dit artikel