**1.** Het dagelijks bestuur zendt onverwijld aan gedeputeerde staten ter kennisneming besluiten tot:
oprichting van, deelneming in of opheffing van een rechtspersoon;
het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen, huishoudelijke verordeningen daaronder niet begrepen;
het vaststellen, wijzigen of intrekken van een legger;
het aangaan, wijzigen of ontbinden van belangrijke overeenkomsten betreffende de waterstaat;
het vaststellen van ontwerppeilbesluiten;
het vaststellen van ontwerpverordeningen, op grond van artikel 78 van de wet, waarin de regels ten aanzien van grondwateronttrekkingen en -infiltraties zijn opgenomen;
het vaststellen van ontwerpcalamiteitenplannen, bedoeld in artikel 5.29, derde lid, van de Waterwet, alsmede de besluiten tot vaststelling van de calamiteitenplannen.
**2.** In afwijking van het eerste lid zendt het algemeen bestuur de besluiten, bedoeld in de onderdelen c, d, en e toe aan gedeputeerde staten van de provincie, waarin het grondgebied is gelegen, waarop het besluit in hoofdzaak betrekking heeft.
Hoofdstuk 4
Artikel 20