Voor benadelingsbedragen welke hoger zijn dan een en een derde (1⅓) van het maximale boete bedrag van de derde categorie geldboetes (artikel 23 vierde lid van het Wetboek van Strafrecht) geldt een maximering van de boete. De maximaal op te leggen boete bedraagt dan:
100% van de hoogte van de vijfde categorie geldboete bij opzet of voorwaardelijke opzet;
100% van de hoogte van de derde categorie geldboete bij grove schuld of grove onachtzaamheid;
Twee derde (⅔) van de hoogte van de derde categorie geldboete bij normale verwijtbaarheid;
Een derde (⅓) van de hoogte van de derde categorie boete bij verminderde verwijtbaarheid;
Maximering boete
Om 1⅓ (of 100/75e) te berekenen, deel je de maximale boete van de derde categorie (op 1 september 2017 is dit € 8.200,-) door 75 en vermenigvuldig je dit met 100. Dan krijgt je: 8.200/75*100=10933,33 (afgerond naar boven € 10934,-)
Is het benadelingsbedrag hoger dan dit bedrag, moet de boete conform gematigd worden.
Voorbeeld op basis van maximale boetebedragen van 2017 (€ 8.200 en € 82.000).
Artikel 4
– maximering boete
Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet, IOAW/IOAZ 2018